Beleid rond woonzones

Ruimte is in Vlaanderen een schaars goed. In het verleden werden oude stortplaatsen of fabrieksterreinen vaak ingericht als woongebied. Ook in het centrum van steden worden soms gronden waar vroeger activiteiten werden uitgevoerd, nu gebruikt voor bewoning. Door deze activiteiten zijn deze gronden mogelijk verontreinigd en moet de eigenaar bij verkoop  een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. Daarnaast is er uiteraard de bezorgdheid over gevolgen van de mogelijke bodemverontreiniging. Om  deze problematiek het hoofd te bieden, ontwikkelde de OVAM  een beleid dat zich specifiek richt op bewoonde gebieden waar de bodem verontreinigd kan zijn.

Wat is een woonzone?

Omdat de eigenaars meestal niet verantwoordelijk zijn voor de eventuele bodemverontreiniging, groepeert de OVAM de betrokken gronden om er zo één globaal bodemonderzoek op uit te voeren. Door deze globale aanpak verlaagt zowel de administratieve als de financiële last voor de eigenaars en bewoners. Tenslotte krijgt men door de globale aanpak sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem en van de mogelijke risico's van de bodemverontreiniging.

Gronden in een woonzone moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de gronden worden momenteel hoofdzakelijk gebruikt voor bewoning;
  • er was vroeger een activiteit aanwezig die bodemverontreiniging kon veroorzaken;
  • de huidige eigenaars hebben de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  • de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop de huidige eigenaar, eigenaar van de grond werd;

Hoe worden woonzones geselecteerd?

De OVAM verzamelt gegevens op basis van verschillende bronnen:

  • de gemeentelijke inventaris;
  • de OVAM-databank met potentieel verontreinigde sites;
  • gegevens uit bodemonderzoeken die aan de OVAM werden overgemaakt;
  • gegevens uit inventarisatiestudies die door de OVAM werden uitgevoerd;
  • informatie van eigenaars of bewoners.

De verzamelde gegevens worden per prioriteit gerangschikt waarbij onder meer rekening wordt gehouden met:

Wat is de wettelijke basis voor woonzones?

Om een globale aanpak van een groep gronden wettelijk mogelijk te maken, maakt de OVAM een site-besluit op. In het verleden was dit besluit ook gekoppeld aan een ministerieel besluit. Het vaststellen van een site wordt mogelijk gemaakt door hoofdstuk XIV van het Bodemdecreet. In het site-besluit wordt er een overkoepelende regeling uitgewerkt op vlak van de onderzoeks- en saneringsplicht van de eigenaars, de termijnen van de diverse procedures en dergelijke meer. Zo kan er één globaal bodemonderzoek (site-onderzoek) uitgevoerd worden in plaats van de omslachtige perceelsgebonden aanpak. Het site-besluit wordt door de OVAM opgesteld en ondertekend, waarna het in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd.

Voor elke bestaande woonzone werd er een webpagina gemaakt met specifieke informatie voor die woonzone en de bijhorende documenten.

Lijst van de bestaande woonzones.

Kan ik mijn grond nog verkopen als mijn grond deel uitmaakt van een woonzone?

Als er geen andere risico-inrichtingen op waren dan de historische inrichting waarvoor de site werd opgesteld, kunt u uw grond meestal verkopen zodra het sitebesluit in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd. Het enige wat u dan moet doen is een bodemattest aanvragen. Voor sommige woonzones moet men eerst voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van de saneringsplicht om te mogen verkopen.

Neem eerst contact op met de OVAM als u uw grond verkoopt.

Een bodemattest is altijd noodzakelijk.


Wie betaalt het bodemonderzoek op een woonzone?

Afhankelijk van de situatie wordt het site-onderzoek gefinancierd door de gemeente, de OVAM of door beide. Ook een niet-particuliere onderzoeksplichtige kan het site-onderzoek betalen. Een eventuele sanering wordt meestal door de OVAM uitgevoerd en geprefinancierd. De specifieke regeling hiervoor vindt u terug in het sitebesluit of het ministerieel besluit dat u op hier kunt downloaden. 

Wat zijn de doelstellingen van het site-onderzoek?

Een site-onderzoek moet voldoen aan de doelstellingen van een oriënterend en een beschrijvend bodemonderzoek, maar dan specifiek voor de voormalige inrichting waarvoor het sitebesluit werd geschreven. In eerste instantie wordt nagegaan of er een bodemverontreiniging aanwezig is. Als er een bodemverontreiniging wordt vastgesteld, wordt de omvang ervan bepaald en wordt nagegaan of de bodemverontreiniging een risico vormt.

Wat als er bodemverontreiniging wordt gevonden?

Als uit het bodemonderzoek blijkt dat de grond in de woonzone daadwerkelijk verontreinigd is, is een sanering niet per definitie noodzakelijk. Bij woonzones is de eventuele bodemverontreiniging meestal ontstaan voor het in werking treden van de bodemregelgeving in oktober 1995. We spreken dan van een historische bodemverontreiniging. Een historische bodemverontreiniging moet enkel gesaneerd worden als ze een risico vormt.

Als er een risico is, voert de OVAM ook de bodemsanering uit. Deze start met het opstellen van een bodemsaneringsproject.

Wat is de kans dat mijn perceel moet gesaneerd worden?

Onze ervaring leert dat sanering in een minderheid van de gevallen noodzakelijk is.

Waar zijn er al woonzones opgestart?

Hier vindt u een overzicht van de woonzones die de OVAM opstartte.

Voor elke woonzone kunt u een  plan raadplegen waarop de site aangeduid is en kunt u de juridische documenten downloaden.

Opgestarte woonzones: Algemeen overzicht
Contact

OVAM - Klantenbeheer
015 284 138
woonzones@ovam.be