Grondverzetsregeling

U wilt uw terrein ophogen. Of u moet voor de bouw van uw huis een hoeveelheid bodem uitgraven en afvoeren. Twee van de vele, mogelijke redenen waarom u beslist tot het uitgraven van bodem. Soms wilt u die hergebruiken op de plaats van ontgraving. Een andere keer transporteert u de uitgegraven bodem en gebruikt u hem ergens anders voor de nivellering of ophoging van een terrein.

De regelgeving van het grondverzet legt vast hoe u met de uitgegraven bodem moet omgaan op de plaats van uitgraving, tijdens het transport en op het terrein waar de uitgegraven bodem gebruikt wordt.  Bij alle stappen van het grondverzet moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn.  We noemen dit het traceerbaarheidssysteem.  Op die manier kunnen we de herkomst van een uitgegraven bodem steeds achterhalen, ongeacht de bestemming.

Bodemverontreiniging voorkomen

Graaft u bodem uit op een verontreinigd perceel en gebruikt u die elders? Dan verontreinigt u hierdoor de bodem van dat tweede perceel.  Om de verspreiding van bodemverontreiniging te verhinderen, stelde de Vlaamse regering regels op voor het hergebruik van uitgegraven bodem. Deze regels staan beschreven in hoofdstuk 13 van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming  (kortweg het VLAREBO).  

Op de eerste plaats is het milieu gebaat bij het vermijden van nieuwe bodemverontreiniging. Tegelijk beschermt de grondverzetsregeling ook de ontvanger of gebruiker tegen de aanvoer van verontreinigde bodem. Immers, als u werken  laat uitvoeren waarbij u de bodem van een andere plaats aanvoert naar uw eigen terrein, vindt u het belangrijk dat deze bodem proper is.

Wat wordt geregeld

De belangrijkste bepalingen van de grondverzetregeling zijn:

  • voor de uitvoering van de meeste grondwerken is een bodemonderzoek (technisch verslag) verplicht en wordt de kwaliteit van de uitgegraven of uit te graven bodem bepaald;
  • de gebruiksmogelijkheden van de uitgegraven bodem zijn vastgelegd in de VLAREBO.  Op basis van de resultaten van het technisch verslag kunt u bepalen waar en hoe de uitgegraven bodem gebruikt wordt;
  • de traceerbaarehidsprocedure maakt dat er altijd een verband kan gelegd worden tussen de plaats van uitgraving en de plaats van gebruik van de uitgegraven bodem. De traceerbaarheid van de uitgegraven bodem wordt opgevolgd door de erkende bodembeheerorganisaties;
  • in de traceerbaarheidsprocedure zijn de verantwoordelijkheden van verschillende partijen (bouwheer, aannemer, vervoerder, gebruiker) vastgelegd.  Nadat de uitgegraven bodem is gebruikt moet de eindgebruiker een kopie van het  bodembeheerrapport krijgen.  Het bodembeheerapport attesteert het correcte levering van de uitgegraven bodem op de plaats van gebruik en dat voldaan is aan de voorwaarden van het technisch verslag en de grondverzettoelating.