Situatierapport

Waarom een situatierapport uitvoeren?

De 'Richtlijn Industriële Emissies' (RIE) is omgezet naar Vlaamse wetgeving door de wijziging van de Vlarem I-indelingslijst (kenletter 'S' in kolom 8) en door toevoeging van artikel 33 bis aan het Bodemdecreet. Hiermee werden de bepalingen in verband met het situatierapport in het Bodemdecreet en het VLAREBO effectief van kracht op 20 september 2013.

Alle GPBV-installaties ('GPBV' staat voor 'Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging') die relevante, gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of uitstoten, worden in kolom 8 van de Vlarem I-indelingslijst aangeduid met de kenletter 'S'. Voor deze installaties is de uitvoering van een situatierapport verplicht.

Wanneer moet een situatierapport worden uitgevoerd?

Bij aanvang van exploitatie

Als op het kadastraal perceel nog geen S-activiteit aanwezig is, moet de exploitant, vóór het indienen van de milieuvergunningsaanvraag, het oriënterend bodemonderzoek (OBO) uitvoeren en het verslag ervan aan de OVAM bezorgen. Daarbij vraagt de exploitant eveneens een bodemattest bij de OVAM aan voor deze grond.

De OVAM beoordeelt het OBO en levert een bodemattest af bij goedkeuring van het bodemonderzoek. Daaruit blijkt dat met dat OBO voldaan is aan de bodemonderzoeksplicht. Bij de vergunningsaanvraag voor de exploitatie van de S-inrichting voegt de exploitant het verslag van het OBO en het bodemattest. Er moet een nieuw rapport opgemaakt worden, maar maak gerust gebruik van resultaten uit eerdere bodemonderzoeken.

Eénmalig voor 'S'-installaties in exploitatie

  • Als de S-inrichting reeds als GPBV-inrichting in de VLAREM I-indelingslijst (inrichtingen met kenletter 'X' in kolom 4) was aangeduid, moest het eenmalig OBO worden uitgevoerd en ingediend bij de OVAM voor 7 januari 2014.
  • Als de S-inrichting door de omzetting van de RIE sinds 20 september 2013 als GPBV-inrichting wordt gekwalificeerd, moet het eenmalig bodemonderzoek worden uitgevoerd en ingediend bij de OVAM vóór 7 juli 2015.

De exploitant die voorheen tijdens de exploitatie van de GPBV-inrichting op de grond al een OBO heeft uitgevoerd en ingediend bij de OVAM, gebruikt dat bodemonderzoek als eenmalig OBO. Hij hoeft geen nieuw OBO uit te voeren. Dit verslag van OBO benadert immers het dichtst de beschrijving van de nultoestand van het terrein. Dat geldt enkel als het OBO over het ganse terrein werd uitgevoerd; een exploitatie-onderzoek komt niet in aanmerking.

Hoe toepassen als bodemsaneringsdeskundige?

Een situatierapport neemt de vorm aan van een oriënterend bodemonderzoek. De bepalingen rond het situatierapport zijn daarom opgenomen in de standaardprocedure oriënterend bodemonderzoek.

Contact

OVAM - Infolijn bodem
015 284 458 en 015 284 459
bodem@ovam.be