CityChlor

Europese samenwerking rond geïntegreerde aanpak

Op 16 en 17 mei 2013 vond in Gent de eindconferentie plaats van het CityChlor project. Dit Europees project had als doel een geïntegreerde benadering uit te werken voor de aanpak van bodem-en grondwaterverontreiniging met gechloreerde solventen in stedelijke omgeving. Onderstaand kort filmpje toont een verslag van deze eindconferentie.

Door de eigenschappen van gechloreerde solventen, zijn saneringen van dit type verontreiniging complexe en langdurige processen. Vaak is verontreiniging met deze componenten veroorzaakt door kleinschalige activiteiten als droogkuisbedrijfjes en drukkerijen waardoor sanering ook een socio-economische impact heeft. In het dichtbebouwde West-Europa liggen deze sites vaak midden in woonomgevingen Dit betekent dat de verontreiniging zich in veel gevallen onder bebouwing bevindt en daardoor moeilijk bereikbaar is.

Verontreiniging heeft niet enkel een rechtstreeks impact door de mogelijke blootstelling aan contaminanten. Indirect wordt ook herontwikkeling geremd en wordt de levenskwaliteit aangetast door de onzekerheid en door het trage traject van onderzoek en sanering. Er is reeds uitgebreid onderzoek gedaan naar mogelijke technische oplossingen voor sanering, maar de stedelijke omgeving legt meer randvoorwaarden op dan enkel die gelinkt aan de techniek zelf. De aanwezigheid van verontreiniging en mogelijke risico's vereist gepaste communicatie naar alle betrokkenen.

Er is dus een nood aan een aanpak voor van dit type verontreiniging die verder kijkt dan enkel de techniek.Daarom bracht CityChlor niet enkel technische kennis over karakterisering en sanering samen, maar werden ook richtlijnen uitgewerkt over hoe omgegaan moet worden met organisatorische en socio-economische aspecten en met communicatie. Het project werd ondersteund door een aantal piloottesten. Het samenbrengen van de expertise van al deze verschillende disciplines leidde tot een geïntegreerde aanpak van bodemsanering. Onderstaande filmpje legt uit wat zo'n aanpak inhoudt.

Het project werd uitgevoerd van 2009 tot 2013 door een partnerschap tussen overheden, onderzoeksinstellingen en steden. In totaal waren 9 partners uit Vlaanderen, Nederland, Frankrijk en Duitsland bij het project betrokken. In Vlaanderen waren dit, naast projectcoördinator OVAM, de steden Mortsel en Gent , .in Nederland Bodem+ en de gemeente Utrecht. Frankrijk werd vertegenwoordigd door INERIS en ADEME. ITVA en de Landeshauptstadt Stuttgart namen deel voor Duitsland. Naast deze partners zijn ook beroepsfederaties, experts en saneringsfondsen betrokken in het project. Het project werd voor 50% gefinancierd door het INTERREG IV B programma voor Noordwest Europa.