Informatie uit de gemeentelijke inventaris op het bodemattest

Is uw grond mogelijk verontreinigd?

De gemeente stelt een inventaris op van mogelijk verontreinigde gronden op hun grondgebied en wisselt deze uit met de OVAM. Via het webloket worden deze gegevens van risicogronden rechtstreeks toegevoegd aan het Grondeninformatieregister van de OVAM (GIR). De OVAM beheert verder alle bodemdossierinformatie in het GIR.  Het bodemattest is een uittreksel van deze gegevensbank.  

Impact gegevens risicogronden op de inhoud van het bodemattest

Vanaf 1 juni 2016 wordt de informatie uit de gemeentelijke inventarissen op alle bodemattesten vermeld. Deze informatie wordt opgenomen in de akte maar blijf indicatief, aangezien nog niet alle gemeenten de inventaris van risicogronden binnen hun gemeentegrenzen volledig hebben uitgewisseld. Oudere bodemattesten blijven dus geldig als er geen andere informatie van de bodemkwaliteit gewijzigd is.

Op het bodemattest wordt vermeld of het perceel een risicogrond is of dat er geen informatie beschikbaar is uit de gemeentelijke inventaris. Er wordt dus niet vermeld dat het perceel geen risicogrond is. Gezien het GIR nog niet volledig is, dienen steeds alle beschikbare informatiebronnen te worden geraadpleegd.

Geen informatie beschikbaar

Bij de gemeente is steeds na te vragen of er gegevens beschikbaar zijn om uit te sluiten of het geen risicogrond is.  De gemeentelijke inventaris kan nog niet volledig uitgewisseld zijn. De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris.

Indien er ook geen bodemdossierinformatie beschikbaar is, wordt een 'blanco'-attest afgeleverd. De OVAM heeft voor deze grond geen  relevante gegevens over de bodemkwaliteit.

Grond is een risicogrond

Indien het perceel is opgenomen als risicogrond in de gemeentelijke inventaris en uitgewisseld met de OVAM, dan vermelden we dit uitdrukkelijk op het bodemattest: Gemeentelijke  informatie toont aan dat op deze grond een risico-inrichting aanwezig is of was.  In dit geval is bij overdracht een oriënterend bodemonderzoek verplicht.

Indien de OVAM over andere informatie beschikt waaruit blijkt dat de grond een risicogrond is (vb. via inventarisatiestudies), wordt op het bodemattest vermeld dat er op deze grond mogelijk een risicogrond aanwezig is. Nog niet alle gemeenten hebben deze informatie geverifieerd en opgenomen in de gemeentelijke inventaris.

Grond met inventarisplicht

Een inrichting  waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946 wordt niet beschouwd als risico-inrichting! Maar de gronden waarop uitsluitend een activiteit werd uitgeoefend ingedeeld onder VLAREBO-categorie 'I'  moeten wel worden opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Zo moet een gasfabriek, waarvan de inrichting is gestopt voor 11 februari 1946, niet aanzien worden als een risico-inrichting. De gemeente zal deze grond wel opnemen in de gemeentelijke inventaris, omdat deze activiteit valt onder de categorie 'I'. Dit wordt zo vermeld op het bodemattest.

In dit geval is geen oriënterend bodemonderzoek nodig in kader van een overdracht. De OVAM kan vervolgens, op basis van een prioriteitsbepaling en binnen de beschikbare middelen, via een programmatorische aanpak de nodige bodemonderzoeken en de eventuele noodzakelijke maatregelen uitvoeren op deze gronden.

Ook in het geval van een attest met enkel vermelding van een inventarisplicht dient bij de gemeente te worden nagegaan of er bijkomende gegevens van risicogronden beschikbaar zijn.

Bodemattest voor deel van een perceel

Indien het bodemattest handelt over een deel van een perceel, betreft de informatie vermeld op het bodemattest onder het luik 'gemeentelijke inventaris' nog steeds de informatie voor het volledige perceel. Een risicogrond is een uitspraak op perceelsniveau. Eén van de voorwaarden om niet-verontreinigde delen van percelen te kunnen overdragen is dat er zich geen risico-inrichtingen bevinden op dit deel van het perceel. De notaris dient deze voorwaarde na te gaan voor het deel van het perceel. Voor alle andere voorwaarden verwijzen we naar de richtlijnen bij overdracht van delen van percelen.

Indien gewenst kan een gemotiveerde verklaring 'geen risicogrond' ingediend worden voor het deel van het perceel. Ook hier zal steeds de bevestiging van de gemeente nodig zijn vooraleer de informatie van risico-inrichtingen kan worden aangepast in het grondeninformatieriegister voor dat betrokken deel.