landschap

Belangrijkste bepalingen

Wat is grondverzet?

Grondverzet is het uitgraven of terug aanvullen van grond. De grond kan van een andere plaats komen of weggevoerd worden of ter plaatse worden hergebruikt.

Wanneer de grond laten onderzoeken?

Ga eerst na aan welke bepalingen van het grondverzet je moet voldoen als je  bodem afvoert of aanvoert. Wanneer het gaat om een klein volume uitgegraven bodem (minder dan 250 m³), moet je enkel in uitzonderingsgevallen een onderzoek laten uitvoeren.  Voor kleine werken moet je de bodem enkel onderzoeken als je uitgraaft op een verdachte grond en als je de uitgegraven bodem afvoert.

Bij grotere werken, waarbij het grondverzet meer dan 250 m³ bedraagt, is een onderzoek naar de kwaliteit van de uit te graven bodem bijna steeds verplicht.  Enkel voor de aanleg van leidingwerken waarbij de bodem tijdelijk uitgegraven wordt en na uitvoering van de aannemingswerken op ofdezelfde plaats wordt teruggelegd en bij het herstel van dijkprofielen is er een vrijstelling van de opmaak van een technisch verslag mogelijk.  In beide gevallen moeten de werken worden uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.

Wat moet ik allemaal doen, hoe ga ik tewerk?

Als je de bodem moet laten onderzoeken, moet je ook de traceerbaarheidsprocedure volgen. Die maakt het mogelijk om het verband te leggen tussen de plaats van herkomst en de plaats van gebruik van de uitgegraven bodem. Door de traceerbaarheidsprocedure worden de belangrijkste stappen in het grondverzet (van kwaliteitsbepaling over uitgraving tot levering van de uitgegraven bodem) gecontroleerd. Hierdoor krijgt de ontvanger of eindgebruiker van de uitgegraven bodem een garantie over de kwaliteit van de grond.

Standaardprocedures (SP) en codes van goede praktijk (CGP)

In de gewijzigde grondverzetsregeling is sprake van codes van goede praktijk en van standaardprocedures.  Het werken volgens een code van goede praktijk of een standaardprocedure garandeert dat iedereen volgens dezelfde regels werkt.  Volgende codes van goede praktijk en standaardprocedures werden op voorstel van de OVAM door de Vlaamse minister van Leefmilieu goedgekeurd:

  • Code van goede praktijk - afbakenen kadastrale werkzone;
  • Code van goede praktijk - afbakenen van een zone voor het gebruik ter plaatse;
  • Code van goede praktijk - gebruik van uitgegraven bodem binnen een kadastrale werkzone;
  • Code van goede praktijk - gebruik van uitgegraven bodem binnen een zone voor gebruik ter plaatse;
  • Standaardprocedure - studie van de ontvangende grond;
  • Standaardprocedure - opmaak van een technische verslag.

Voor het gebruik van uitgegraven bodem zijn ook nog andere codes van goede praktijk van belang:

  • Code van goede praktijk - studie van ontvangende groeve en graverij;
  • Code van goede praktijk voor de vergunning van tussentijdse opslagplaatsen van uitgegraven bodem;
  • Code van goede praktijk voor grondreinigingscentra.
  • Kwaliteitsreglement in het kader van de erkenning van een grondreinigingscentrum of een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem

Voor het opvullen van een groeve of graverij met niet-verontreinigde uitgegraven bodem kan, mits toegestaan in de milieuvergunning, uitgegraven bodem gebruikt worden die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik.  De waarden die toegestaan zijn in de milieuvergunning worden bepaald door een studie, uitgevoerd door een erkend bodemsaneringsdeskundige.  In de studie wordt het bewijs geleverd dat het gebruik van dergelijke uitgegraven bodem voor de opvulling van de groeve of graverij geen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigde stoffen geen extra risico oplevert.  

Volgens de Samenwerkingsovereenkomst Gemeenten 2008-2013 moeten de gemeente zich voor het vergunnen van tijdelijke grondopslagplaatsen baseren op de code van goede praktijk, opgesteld door de OVAM.  In de code van goede praktijk voor het vergunnen van tijdelijke opslagplaatsen voor uitgegraven bodem is aangegeven welke voorwaarden door VLAREM worden opgelegd, en welke bijkomend door de vergunningverlener kunnen opgelegd worden.

De code van goede praktijk voor grondreinigingscentra behelst hun interne werking en het kwaliteitsreglement in het kader van de erkenning van een grondreinigingscentrum of een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem is nodig indien een grondreinigingscentrum of een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem in het kader van de grondverzetsregeling wilt erkend worden.