Bij het vervoeren van uitgegraven bodem zijn er naargelang de hoeveelheid, de aard van de verontreiniging, het afgelegde parcours en de uiteindelijke bestemming verschillende administratieve verplichtingen van toepassing.
Het is daarbij belangrijk een onderscheid te maken tussen de bestaande transportdocumenten.
De wet betreffende het vervoer van zaken over de weg van 3 mei 1999 legt in een aantal gevallen het gebruik van vrachtbrieven op. Bij transport voor derden wordt als vrachtbrief het CMR-document opgelegd. Vindt het transport echter plaats binnen de Belgische grenzen en over een korte afstand, dan kan je een vrachtbrief voor vervoer over korte afstanden (50km en minder) gebruiken. Tenslotte kan je in sommige gevallen een distributielijst gebruiken als geldige vervanger voor de CMR of de voor vrachtbrief voor vervoer over korte afstanden. Bij transport voor eigen rekening worden vanuit deze wetgeving geen documenten opgelegd.
Daarnaast zal je, in kader van de grondverzetregeling, over een aantal vervoersdocumenten moeten beschikken die de traceerbaarheid van de uitgegraven bodem garanderen. Deze documenten kan je bekomen bij een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats of een erkend centrum voor grondreiniging.
Tenslotte is ook de eindbestemming van belang. Bij het transporteren van uitgegraven bodem over de gewest- of landsgrenzen heen, dien je te beschikken over de correcte documenten. Dit geldt zowel bij het uitvoeren van uitgegraven bodem uit Vlaanderen, als bij het invoeren van uitgegraven bodem in Vlaanderen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende transportdocumenten bij het vervoer van uitgegraven bodem.
| HERKOMST | BESTEMMING | VERVOERSDOCUMENTEN |
|---|---|---|
| (gewest) | (gewest) | |
| Vlaanderen |
Vlaanderen |
1. Geen documenten verplicht (<250m³ en afkomstig van niet-verdachte grond). optioneel: Vervoersdocument uitgegraven bodem niet verdacht |
| 2. Documenten van een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats of een erkend centrum voor grondreiniging (>250 m³ of afkomstig van verdachte grond) | ||
| . Identificatieformulier (bij afvoer van uitgegraven bodem naar een tussentijdse opslagplaats en/of centrum voor grondreiniging) of een vergunde stortplaats) | ||
| Wallonië/Brussel | Identificatieformulier | |
| Buitenland | Kennisgevingsformulier + overbrengingsformulier | |
| Wallonië/Brussel |
Vlaanderen |
1. Geen documenten verplicht (<250m³ en afkomstig van niet verdachte grond) |
| 2. Documenten van een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats of erkend centrum voor grondreiniging (>250 m³ of afkomstig van verdachte grond). | ||
| 3. Identificatieformulier (bij afvoer van uitgegraven bodem naar een tussentijdse opslagplaats en/of centrum voor grondreiniging of een vergunde stortplaats) | ||
| Buitenland |
Vlaanderen |
1. Kennisgevings- en overbrengingsformulier maar geen extra documenten verplicht volgens grondverzet (<250m³ en niet verdachte grond) |
| 2. Kennisgevings- en overbrengingsformulier + documenten van een erkende bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging (>250 m³ of afkomstig van verdachte grond) | ||
| 3. Kennisgevings- en overbrengingsformulier |
Bij vervoer voor derden legt de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg steeds het gebruik op van een CMR-document of van de vrachtbrief voor het vervoer over korte afstanden (binnen de Belgische grenzen en minder dan 50km). In sommige gevallen kan ook een distributielijst gebruikt worden als geldige vervanger van de CMR of van de vrachtbrief voor vervoer over korte afstanden.