koeien

Opslag van dierlijk afval van particulieren op een centrale inzamelplaats

Met een overleden gezelschapsdier kan je niet zomaar overal terecht. Vooral voor mensen die in een stad wonen geeft dit vaak problemen. Bovendien is het wenselijk en in sommige gevallen noodzakelijk dat deze dode dieren bij een erkend verwerker voor dierlijk afval (categorie 1) terechtkomen. Dit omwille van de risico's die dode dieren voor het milieu en de volksgezondheid inhouden. Vaak is het een hele rompslomp om deze dieren te laten ophalen door een erkend ophaler. Om een oplossing voor dit probleem te bieden, voorzien een aantal gemeenten een centrale verzamelplaats (meestal op het containerpark) waar eigenaars hun overleden gezelschapsdier naartoe kunnen brengen. Bepaalde openbare instanties zoals politie en brandweer kunnen hier bovendien terecht met dode dieren die op of langs de openbare weg gevonden worden. Daarnaast kan ook het afval van thuisslachtingen (mits in het bezit van een slachtbewijs geleverd door de gemeente) en illegaal achtergelaten dierlijk afval hier verzameld worden. Op deze manier is een georganiseerde ophaling door een erkend bedrijf en verwerking door een erkend verwerkingsbedrijf gewaarborgd.

Ook voor dierenartsen is het mogelijk om te fungeren als centrale inzamelplaats voor overleden gezelschapsdieren. Indien hier gezelschapsdieren van derden (niet-klanten) aanvaard worden, moet eveneens aan de hieronder opgesomde voorwaarden voldaan worden.

Om dierlijk afval te mogen opslaan is een milieuvergunning vereist en moet een containerpark/dierenarts volgens rubriek 2.1.1. van het VLAREM II ("Opslag van afvalstoffen niet aan een verwerking van de afvalstoffen verbonden") aan een aantal eisen voldoen. Zo zal het containerpark/dierenarts door de aanwezigheid van deze activiteit ingedeeld worden als klasse 1-bedrijf en is men verplicht om een milieucoördinator aan te stellen. Als het containerpark door de opslag van dierlijk afval een klasse 1 bedrijf wordt, is de aanvraag van een nieuwe milieuvergunning vereist. Ook voor containerparken die reeds als klasse 1-inrichting vergund zijn, dient men een nieuwe milieuvergunning aan te vragen voor de opslag van dierlijk afval. Dit omdat de opslag van dierlijk afval (rubriek 2.1.1. van het VLAREM II) niet onder de containerparkrubriek (rubriek 2.2. "Opslag en nuttige toepassing van afvalstoffen") valt. Deze milieuvergunningsaanvraag moet ingediend worden bij de bestendige deputatie van de provincieraad.

Een inzamelplaats voor dierlijke bijproducten moet volgens de Europese wetgeving ter zake, Verordening 1069/2009, door de bevoegde overheid erkend te zijn als opslagbedrijf.

Om dierlijk afval te mogen opslaan, moet tevens aan een aantal bijzondere voorwaarden voldaan worden:
  • De opslag gebeurt in een gesloten ruimte die gekoeld wordt tot een maximum temperatuur van 10°C.
  • Aanvoer mag enkel gebeuren onder toezicht van een verantwoordelijke.
  • Hygiënische aanvoer moet worden gegarandeerd. Het overleden gezelschapsdier moet in een lekvrije verpakking, eventueel verkrijgbaar bij de inzamelplaats, aangebracht worden.
  • Overleden gezelschapsdieren worden beschouwd als "categorie 1-materiaal bestemd voor vernietiging". Als garantie voor de adequate verwerking van het opgehaalde afval wordt best een schriftelijke overeenkomst met de erkende ophaler gevraagd.
  • Het aanleggen van een register, waarin alle stromen staan genoteerd, is verplicht. Volgende gegevens zijn noodzakelijk: datum van leveren, herkomst van het dierlijk afval, diersoort, hoeveelheid, bestemming, naam van het erkend bedrijf dat het dierlijk afval naar de verwerker vervoert en datum van ophaling.
  • Enkel dode gezelschapsdieren mogen worden aangevoerd. Hieronder verstaat men: dieren die de mens in of rond het huis houdt en verzorgt om zichzelf te plezieren. Tot deze categorie behoren onder meer: honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièrevogels, duiven en vissen. Ook konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, eenden, ganzen, parelhoenders en fazanten behoren tot de gezelschapsdieren indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is. Meer informatie omtrent de bestemmingsmogelijkheden voor dode gezelschapsdieren is ook te vinden in een OVAM-brochure die gratis te verkrijgen is bij de OVAM.
  • Dode dieren die behoren tot het runder-, varkens-, schapen-, geiten- of hertenras of die thuishoren bij de eenhoevigen mogen NIET worden aangevoerd. Deze landbouwdieren worden na melding aan Rendac N.V. gratis opgehaald bij particulieren. Opgelet: slachtafval van thuisslachtingen van schapen, geiten, varkens en herten mag wel op het containerpark aanvaard worden.

Terug naar overzichtspagina