koeien

Wat zijn dierlijke bijproducten?

Met de term dierlijke bijproducten (DBP) wordt verwezen naar een grote en diverse groep stromen van dierlijke oorsprong die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie.

Het toepassingsgebied van deze verordening is bijgevolg veel ruimer dan louter dierlijk afval. Onder dierlijke bijproducten horen immers ook grondstoffen voor petfoodproductie, huiden voor leerproductie, voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, ...

De wetgeving rond deze stromen is gebaseerd op:

- Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)

- Verordening (EU) nr. 142/2011van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten

Beide verordeningen werden van toepassing op 4 maart 2011.

Enkel de DBP die voldoen aan de definitie van afvalstoffen vallen onder de bevoegdheid van de OVAM.

Onder de DBP-afvalstoffen wordt verder een onderscheid gemaakt tussen:
- dierlijk afval (DA) en
- andere organisch-biologische afvalstoffen (OBA) uitgezonderd plantaardige OBA.

De Overeenkomst tussen de federale staat en de gewesten van 28 oktober 2005 inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten verduidelijkt de bevoegdheden van de federale en gewestelijke overheidsdiensten inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.

schema dierlijke bijproducten

1. Definities

Dierlijke bijproducten (DBP): dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo's en sperma

Dierlijk afval (DA): dierlijke bijproducten, zoals gedefinieerd in de Verordening (EG) Nr. 1069/2009, voor zover ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet, met uitzondering van keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, de inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen, eicellen, embryo's en sperma

Organisch-biologisch afval onder DBP (OBA): dierlijke bijproducten, zoals gedefinieerd in de Verordening (EG) Nr. 1069/2009, voor zover ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet, zijnde keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, de inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen (uitgezonderd mest)

Wat is géén DA of OBA (maar wel een dierlijk bijproduct)?

  • zwoerden en beenderen voor de productie van gelatine bestemd voor menselijke consumptie
  • huiden, wol, ... bestemd voor de textielindustrie
  • ruwe vetten bestemd voor de productie van gesmolten vetten voor menselijke consumptie, voornamelijk frituurvetten
  • slachtbijproducten voor de productie van petfood
  • mits een toestemming tot afwijking met betrekking tot het gebruik van dierlijk bijproducten van de bevoegde autoriteit (artikel 17 en 18 van Verordening (EG) Nr. 1069/2009):
    • dierlijke bijproducten bestemd voor tentoonstellingen, artistieke activiteiten, diagnose, onderwijs, en onderzoek
    • dierlijke bijproducten voor het vervoederen van dieren in dierentuinen, circusdieren, reptielen en roofvogels, pelsdieren, wilde dieren, honden in erkende kennels of meutes, honden en katten is asielen, maden en wormen voor gebruik als visaas.

2. Dierlijk afval

2.1. Historiek indeling dierlijk afval

Voor 2002 werd dierlijk afval opgesplitst in twee onderdelen: hoog- en laag-risicomateriaal (HRM en LRM). Onder hoog-risicomateriaal werd dierlijk afval verstaan waarvan men vermoedde dat het een ernstig gevaar inhield voor de gezondheid van mens of dier. Hiertoe behoren onder andere krengen, (delen van) afgekeurde dieren, bedorven vlees en dierlijk afval dat schadelijke residu's bevat. Een bijzonder type hoog risicomateriaal is het gespecificeerd risicomateriaal (GRM: o.a. hersenen, ogen en ruggenmerg van herkauwers ouder dan 1 jaar) dat sinds 1 januari 1998 (al of niet na voorbehandeling) moet worden vernietigd door verbranding. In de loop van 2001 is de definitie van GRM herhaaldelijk aangepast. De huidige volledige definitie wordt weergegeven in Verordening 999/2001/EG en de aanpassingen aan deze verordening.

Laag risicomateriaal werd gedefinieerd als het dierlijk afval dat geen gevaar oplevert voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten. Hiertoe behoren onder meer slachtafval, vetten en beenderen. In oktober 2002 werd Verordening (EG) Nr. 1774/2002 ter vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten van kracht. Hiermee komt een einde aan het gebruik van de termen HRM en LRM. Voortaan wordt voor de aanduiding van de verschillende soorten dierlijk afval, de terminologie categorie 1-, 2- en 3-materiaal gebruikt. Categorie 1-materiaal is het type dierlijk afval dat de meeste risico's inhoudt voor volks- en diergezondheid, categorie 3-materiaal de minste. Het hoog risicomateriaal en het gespecificeerd risicomateriaal worden in de nieuwe opdeling van dierlijke bijproducten onder categorie 1- en 2-materiaal geklasseerd. Het dierlijk afval dat beschouwd werd als LRM, behoort in de nieuwe opdeling onder categorie 3-materiaal.

Aangezien de sector dierlijke bijproducten erg breed is en het gebruik ervan zeer divers, waren sinds 2002 diverse aanpassingen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 nodig. Al deze wijzigingen en uitbreidingen werden verwerkt in de bovengenoemde nieuwe Verordeningen en de structuur werd aangepast. Aan de basisprincipes kan niet meer getornd worden, de technische specificaties kunnen indien nodig snel aangepast worden via de comitologieprocedure.

De Verordening (EG) 1774/2002 werd op 4 maart 2011 ingetrokken en vervangen door 2 andere verordeningen: - Verordening (EG) nr. 1069/2009 legt de algemene principes vast betreffende dierlijke bijproducten
- Verordening (EG) nr. 142/2011 bepaalt de technische vereisten waaraan moet worden voldaan.

2.2. Verschillende categorieën

Categorie 1-materiaal omvat dierlijk afval dat mogelijk een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van mens en dier. Hiertoe behoren onder andere:

  • Alle delen, met inbegrip van de huid, van dieren die vermoedelijk met een TSE (overdraagbare spongiforme encefalopathie) zijn besmet of waarbij de aanwezigheid van een TSE officieel is bevestigd, dieren die in het kader van TSE-uitroeiingsmaatregelen zijn gedood, gezelschapsdieren, dieren in dierentuinen en circusdieren, proefdieren, wilde dieren waarvan wordt vermoed dat zij met overdraagbare ziekten zijn besmet.
  • Gespecificeerd risicomateriaal, onder meer hersenen, ogen en ruggenmerg van herkauwers ouder dan 1 jaar, worden gezien als GRM. De volledige definitie van GRM is terug te vinden in Verordening 999/2001/EG en de aanpassingen van deze verordening.
  • Producten afkomstig van dieren die stoffen toegediend hebben gekregen die verboden zijn, of die voor het milieu gevaarlijke stoffen bevatten.
  • Al het dierlijke materiaal dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van categorie 1-verwerkingsbedrijven en andere bedrijfsruimten waar gespecificeerd risicomateriaal wordt verwijderd.
  • Mengsels van categorie 1-materiaal met categorie 2-materiaal of met categorie 3-materiaal dan wel met materiaal van beide categorieën.

Categorie 2-materiaal bestaat uit volgende dierlijke bijproducten:

  • Al het dierlijke materiaal, behalve van categorie 1, dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van slachthuizen.
  • Producten van dierlijke oorsprong die residuen bevatten van diergeneesmiddelen en contaminanten en die het in de communautaire wetgeving toegestane niveau overschrijden.
  • Andere producten van dierlijke oorsprong dan categorie 1-materiaal, ingevoerd uit derde landen, die niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Gemeenschap.
  • Andere dieren dan dieren van categorie 1, die anders dan door slachting voor menselijke consumptie sterven.
  • Mengsels van categorie 2-materiaal met categorie 3-materiaal.
  • Andere dierlijke bijproducten dan categorie 1- materiaal of categorie 3-materiaal.

Categorie 3-materiaal zijn dierlijke bijproducten die geen ernstig gevaar opleveren voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten zoals afval van voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren:

  • Delen van geslachte dieren die voor menselijke consumptie geschikt zijn, maar die om commerciële redenen niet voor menselijke consumptie bestemd zijn.
  • Delen van geslachte dieren, die voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard, maar die geen symptomen van overdraagbare ziekten vertonen.
  • Huiden, hoeven en horens, varkenshaar en veren van dieren die worden geslacht in een slachthuis nadat zij een keuring vóór het slachten hebben ondergaan waarbij zij geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie.
  • Bloed verkregen van andere dieren dan herkauwers die worden geslacht in een slachthuis nadat zij een keuring vóór het slachten hebben ondergaan waarbij zij geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie.
  • Dierlijke bijproducten verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten, waaronder ontvette beenderen en kanen.
  • Andere voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong dan keukenafval en etensresten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn, zulks om commerciële redenen of ten gevolge van gebreken bij de productie of bij de verpakking.
  • Op volle zee voor de productie van vismeel gevangen vis of andere zeedieren, met uitzondering van zeezoogdieren, alsook verse bijproducten van vis afkomstig van bedrijven die visproducten voor menselijke consumptie vervaardigen.
  • Bloed, huiden, hoeven, veren, wol, hoorn, haar en bont afkomstig van gezonde dieren.

Een meer uitgebreide beschrijving van de dierlijke bijproducten die onder de verschillende categorieën thuishoren, is terug te vinden in Verordening (EG) Nr. 1069/2009.

2.3. Afgeleide producten

Afgeleide producten zijn producten die verkregen zijn door een of meer behandelingen, omzettingen of verwerkingsfasen van dierlijke bijproducten.

Afhankelijk van hun bestemming worden zij nog beschouwd als afvalstoffen of niet.

Diermeel en dierlijk vet worden, indien verwerkt volgens één van de methoden voorgeschreven door Verordening (EG) Nr. 142/2011, enkel nog als dierlijk afval beschouwd wanneer ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet. Met andere woorden: indien ze bestemd zijn voor compostering, biogasproductie of verwijdering door (mee)verbranding.

Verwerkte dierlijke eiwitten en vetten die één van volgende bestemmingen hebben, worden niet als dierlijk afval beschouwd en vallen dus niet onder de bevoegdheid van de OVAM: technisch gebruik, oleochemie, petfoodproductie, veevoederproductie, diagnose, onderwijs of onderzoek.

3.Organisch-biologische afvalstoffen

3.1.Verschillende categorieën

Categorie 1-materiaal omvat OBA dat mogelijk een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van mens en dier. Hiertoe behoren onder andere:

  • Keukenafval en etensresten afkomstig van internationaal opererende middelen van vervoer.

Categorie 2-materiaal bestaat uit volgende dierlijke bijproducten:

  • Mest (geen afvalstof volgens Vlaamse wetgeving) en de inhoud van het maagdarmkanaal.
  • Producten van dierlijke oorsprong die residuen bevatten van diergeneesmiddelen en contaminanten en die het in de communautaire wetgeving toegestane niveau overschrijden.
  • Andere producten van dierlijke oorsprong dan categorie 1-materiaal, ingevoerd uit derde landen, die niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Gemeenschap.
  • Mengsels van categorie 2-materiaal met categorie 3-materiaal.
  • Andere dierlijke bijproducten dan categorie 1- materiaal of categorie 3-materiaal.

Categorie 3-materiaal zijn dierlijke bijproducten die geen ernstig gevaar opleveren voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten zoals afval van voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren:

  • Andere voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong dan keukenafval en etensresten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn, zulks om commerciële redenen of ten gevolge van gebreken bij de productie of bij de verpakking.
  • Rauwe melk afkomstig van dieren die geen symptomen vertonen van een overdraagbare ziekte.
  • Eierschalen, afkomstig van dieren die geen symptomen vertonen van een overdraagbare ziekte.
  • Ander keukenafval en etensresten dan van categorie 1.

Een meer uitgebreide beschrijving van de dierlijke bijproducten die onder de verschillende categorieën thuishoren, is terug te vinden in Verordening (EG) Nr. 1069/2009.