Met de term dierlijke bijproducten (DBP) wordt verwezen naar een grote en diverse groep stromen van dierlijke oorsprong die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie.
Het toepassingsgebied van deze verordening is bijgevolg veel ruimer dan louter dierlijk afval. Onder dierlijke bijproducten horen immers ook grondstoffen voor petfoodproductie, huiden voor leerproductie, voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, ...
De wetgeving rond deze stromen is gebaseerd op:
Beide verordeningen werden van toepassing op 4 maart 2011.
Enkel de DBP die voldoen aan de definitie van afvalstoffen vallen onder de bevoegdheid van de OVAM.
Onder de DBP-afvalstoffen wordt verder een onderscheid gemaakt tussen:
- dierlijk afval (DA) en
- andere organisch-biologische afvalstoffen (OBA) uitgezonderd plantaardige OBA.
De Overeenkomst tussen de federale staat en de gewesten van 28 oktober 2005 inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten verduidelijkt de bevoegdheden van de federale en gewestelijke overheidsdiensten inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.

Dierlijke bijproducten (DBP): dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo's en sperma
Dierlijk afval (DA): dierlijke bijproducten, zoals gedefinieerd in de Verordening (EG) Nr. 1069/2009, voor zover ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet, met uitzondering van keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, de inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen, eicellen, embryo's en sperma
Organisch-biologisch afval onder DBP (OBA): dierlijke bijproducten, zoals gedefinieerd in de Verordening (EG) Nr. 1069/2009, voor zover ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet, zijnde keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, de inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen (uitgezonderd mest)
Wat is géén DA of OBA (maar wel een dierlijk bijproduct)?
Voor 2002 werd dierlijk afval opgesplitst in twee onderdelen: hoog- en laag-risicomateriaal (HRM en LRM). Onder hoog-risicomateriaal werd dierlijk afval verstaan waarvan men vermoedde dat het een ernstig gevaar inhield voor de gezondheid van mens of dier. Hiertoe behoren onder andere krengen, (delen van) afgekeurde dieren, bedorven vlees en dierlijk afval dat schadelijke residu's bevat. Een bijzonder type hoog risicomateriaal is het gespecificeerd risicomateriaal (GRM: o.a. hersenen, ogen en ruggenmerg van herkauwers ouder dan 1 jaar) dat sinds 1 januari 1998 (al of niet na voorbehandeling) moet worden vernietigd door verbranding. In de loop van 2001 is de definitie van GRM herhaaldelijk aangepast. De huidige volledige definitie wordt weergegeven in Verordening 999/2001/EG en de aanpassingen aan deze verordening.
Laag risicomateriaal werd gedefinieerd als het dierlijk afval dat geen gevaar oplevert voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten. Hiertoe behoren onder meer slachtafval, vetten en beenderen. In oktober 2002 werd Verordening (EG) Nr. 1774/2002 ter vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten van kracht. Hiermee komt een einde aan het gebruik van de termen HRM en LRM. Voortaan wordt voor de aanduiding van de verschillende soorten dierlijk afval, de terminologie categorie 1-, 2- en 3-materiaal gebruikt. Categorie 1-materiaal is het type dierlijk afval dat de meeste risico's inhoudt voor volks- en diergezondheid, categorie 3-materiaal de minste. Het hoog risicomateriaal en het gespecificeerd risicomateriaal worden in de nieuwe opdeling van dierlijke bijproducten onder categorie 1- en 2-materiaal geklasseerd. Het dierlijk afval dat beschouwd werd als LRM, behoort in de nieuwe opdeling onder categorie 3-materiaal.
Aangezien de sector dierlijke bijproducten erg breed is en het gebruik ervan zeer divers, waren sinds 2002 diverse aanpassingen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 nodig. Al deze wijzigingen en uitbreidingen werden verwerkt in de bovengenoemde nieuwe Verordeningen en de structuur werd aangepast. Aan de basisprincipes kan niet meer getornd worden, de technische specificaties kunnen indien nodig snel aangepast worden via de comitologieprocedure.
De Verordening (EG) 1774/2002 werd op 4 maart 2011 ingetrokken en vervangen door 2 andere verordeningen: - Verordening (EG) nr. 1069/2009 legt de algemene principes vast betreffende dierlijke bijproducten
- Verordening (EG) nr. 142/2011 bepaalt de technische vereisten waaraan moet worden voldaan.
Categorie 1-materiaal omvat dierlijk afval dat mogelijk een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van mens en dier. Hiertoe behoren onder andere:
Categorie 2-materiaal bestaat uit volgende dierlijke bijproducten:
Categorie 3-materiaal zijn dierlijke bijproducten die geen ernstig gevaar opleveren voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten zoals afval van voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren:
Een meer uitgebreide beschrijving van de dierlijke bijproducten die onder de verschillende categorieën thuishoren, is terug te vinden in Verordening (EG) Nr. 1069/2009.
Afgeleide producten zijn producten die verkregen zijn door een of meer behandelingen, omzettingen of verwerkingsfasen van dierlijke bijproducten.
Afhankelijk van hun bestemming worden zij nog beschouwd als afvalstoffen of niet.
Diermeel en dierlijk vet worden, indien verwerkt volgens één van de methoden voorgeschreven door Verordening (EG) Nr. 142/2011, enkel nog als dierlijk afval beschouwd wanneer ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet. Met andere woorden: indien ze bestemd zijn voor compostering, biogasproductie of verwijdering door (mee)verbranding.
Verwerkte dierlijke eiwitten en vetten die één van volgende bestemmingen hebben, worden niet als dierlijk afval beschouwd en vallen dus niet onder de bevoegdheid van de OVAM: technisch gebruik, oleochemie, petfoodproductie, veevoederproductie, diagnose, onderwijs of onderzoek.
Categorie 1-materiaal omvat OBA dat mogelijk een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van mens en dier. Hiertoe behoren onder andere:
Categorie 2-materiaal bestaat uit volgende dierlijke bijproducten:
Categorie 3-materiaal zijn dierlijke bijproducten die geen ernstig gevaar opleveren voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten zoals afval van voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren:
Een meer uitgebreide beschrijving van de dierlijke bijproducten die onder de verschillende categorieën thuishoren, is terug te vinden in Verordening (EG) Nr. 1069/2009.