Het Vlaamse sliblandschap is de voorbije 8 jaar sterk gewijzigd. Met de goedkeuring van het uitvoeringsplan Slib door de Vlaamse Regering eind 2002, werd het startsein gegeven voor het realiseren van structurele oplossingen. Een overlegplatform slib vertegenwoordigt alle betrokken stakeholders - zowel de slibproducenten als de verwerkers - en volgt de uitvoering van het uitvoeringsplan op. Intussen heeft de OVAM een derde voortgangsrapport klaar dat een tussentijdse balans opmaakt. Hoeveel slib produceren de sectoren in vergelijking met twee jaar geleden, lonen de inspanningen van de bedrijven om de kwaliteit van het waterzuiveringsslib te verbeteren, hoe zijn de pistes voor afzet en hoe zijn de verwerkingscapaciteit en -prijs geëvolueerd? Hoe speelt de sector in op het hernieuwbare energiebeleid? De informatie voor het voortgangsrapport haalt de OVAM vooral uit een actuele bevraging van de verschillende sectoren.
Voor elke slibstroom wordt in de eerste plaats gestreefd naar maatregelen aan de bron en de kwaliteitsverbetering ervan, in relatie met de (toekomstige) lozingsnormen voor afvalwater. Zo is de kwaliteit van de rioolwaterleidingen van belang en wordt het chemicaliënverbruik voor defosfatatie geoptimaliseerd. Ook worden bijv. in steeds meer voedings- en textielbedrijven onderhoudsproducten of flocculantia of kleurstoffen ingezet op basis van gecertifieerde productinformatie van de leveranciers. Voor waterzuiveringsslib uit de voedingsindustrie biedt dit ook meer afzetperspectieven richting vergisting, goed voor bijna 20% van de slibafzet door de stimulans van de groene stroomcertificaten. Voor waterzuiveringsslib dat niet aan de kwaliteitsnormen voldoet van Vlarea, weerspiegelen kwaliteitsmaatregelen meestal niet in een verschil in een gunstiger prijskaartje richting verbranding. Slib van RWZI's (rioolwaterzuiveringsinstallaties) wordt vanaf 2007 niet meer in de landbouw afgezet, maar grotendeels verbrand in wervelbedinstallaties. Ook gemeenten zoeken naar goedkope en toch duurzame afzetmogelijkheden voor het slib van rioolkolken. Steeds meer riool(kolken)slib vindt zijn weg naar de verwerker voor afscheiding in een zandfractie en een restfractie.
In 2009 heeft de economische crisis ook een tijdelijke weerslag gehad op de slibproductie waardoor in 2010 een hogere slibproductie mag worden verwacht. Met het uitvoeringsplan Slib is ook meer geïnvesteerd in eindverwerkingscapaciteit in Vlaanderen. De capaciteit voor slibdroging is ingevuld. De volgende tabel geeft een overzicht van de bestemmingen voor verschillende soorten slib in 2009.
| Slibsoort |
hergebruik of recyclage |
vergisten |
(mee)verbranden |
storten |
andere |
|---|---|---|---|---|---|
| RWZI-slib |
47 % voortgisten |
90,2 % (83 136 ton ds) |
9,8 % afdichtlaag stortplaatsen (9 002 ton ds) | ||
| Drinkwaterslib |
79 % (7 400 ton ds) |
21 % (1 967 ton ds) | |||
| Riool(kolken)slib |
100 % (44 266 ton ds) | restfractie na zandafscheiding | - | ||
| Slib voedingindustrie |
55 % landbouw 20% biol. droging/compost.(22.500 ton ds) |
17 % (5 100 ton ds) |
2 % (600 ton ds) |
6 % |
|
| Ontinktingsslib |
100 % (115 000 ton ds) |
||||
| Slib textielindustrie |
93,3 % (4 371 ton ds) |
6,7 % (314 ton ds) |
|||
| Totaal in ton ds |
74 166 |
5 100 |
203 107 |
2 281 |
11 402 |
Europees is een bespreking lopende of een actualisatie van de Slibrichtlijn van 1986 nodig is. De situatie in Vlaanderen is sterk verschillend van de zuiderse landen. In Vlaanderen worden enkel nog kwalitatieve waterzuiveringsslibs - rechtstreeks of via compostering/vergisting - als bodemverbeterend middel afgezet in de landbouw.
Continuïteit in het slibbeleid wordt verwacht met blijvende aandacht vanuit de OVAM en de sectoren voor nieuwe uitdagingen, waaronder optimalisaties in het sluiten van de materiaalketen, innovatieve synergieën inzake recyclage tussen de verschillende slibsectoren, verdere verschuiving naar energieproductie via vergisting en verbranding in Vlaanderen en Wallonië, gestuurd door het hernieuwbare energiebeleid.