In de volgende drie gevallen is het mogelijk om over te gaan tot risicobeheer
1. Onduidelijkheid verspreidingsrisico: Uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt niet ondubbelzinnig of er een verspreidingsrisico is. Enkel jarenlange monitoring kan uitsluitsel geven over saneringsnoodzaak.
2. Onmogelijke bodemsanering: Er is sprake van een grote complexe verontreiniging. Als gevolg daarvan of van het regionale karakter van de verontreiniging is het met de huidige beschikbare saneringsmaatregelen en de huidige stand van de wetenschap niet evident een sanering uit te voeren.
3. Afstemmen op de toekomst: Door geplande infrastructurele wijzigingen en/of wijzigingen in de bedrijfsvoering kan pas in de toekomst een optimale bodemsanering uitgevoerd worden.