Contacten
Damiaan De Backer (OVAM)
Tel 015 284 321
ddbacker@ovam.be
Koen De Prins (OVAM)
Tel 015 284 342
kdprins@ovam.be
Publicaties
Risicobeheersing bij inzameling en verwerking van asbesthoudend afval
Onderzoek naar een maximum toelaatbaar gehalte aan asbestvezels in puingranulaten
Omzendbrief LNE/2008/1 over asbest in Vlaamse sorteercentra
Omzendbrief LNE/2008/2 over asbest op Vlaamse containerparken
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal soorten minerale vezels die chemisch verschillend zijn maar wel een gelijkaardig gedrag vertonen.
Asbestvezels(bundels) hebben door hun minerale structuur de tendens om bij verwering in de lengte (“longitudinaal”) te splitsen en dus steeds fijner te worden. Hoe fijner de vezels zijn hoe gemakkelijker ze inadembaar zijn. Net dit maakt het onzorgvuldig omgaan met asbestvezels risicovol.
Asbest werd in het begin van de 20e eeuw beschouwd als een wondermateriaal: deze minerale vezel was sterk, elektrisch en akoestisch isolerend, bestand tegen chemicaliën en tegen weer en wind. En bovendien goedkoop.
Redenen genoeg waarom de industrie asbestvezels op grote schaal in talrijke producten heeft gebruikt. De uitbouw van de industriële en later de consumptiemaatschappij leidde tot een grote toename van het asbestgebruik.
U vindt asbest onder meer terug in dakbedekkingen en gevelbekledingen (asbestcement), in vuurbestendige platen, in remschoenen van voertuigen, in en onder vinylvloertegels, als isolatiemateriaal rond leidingen, als spuitasbest e.d. rond draagbalken en in talrijke andere producten.
Theoretisch gezien kan een inademing van asbestvezels, hoe weinig ook, leiden tot asbestziekten.
Zo zijn er ziektegevallen waarbij artsen geen verband vinden tussen het optreden van een asbestgerelateerde ziekte en iemands levensloop. Maar deze gevallen zijn wel heel zeldzaam.
Het risico hangt immers in sterke mate af van het aantal vezels dat u inademt.
Daarom is het belangrijk dat u het inademen van asbestvezels zo veel mogelijk voorkomt, bijvoorbeeld bij het bewerken (boren, zagen, schuren) of het beschadigen van asbesthoudend materiaal.
Het risico neemt toe naarmate men, zonder of met onvoldoende beschermende maatregelen, in contact komt met hogere concentraties inadembare vezels over een langere periode.
Een dergelijke blootstellingspatroon trad in het verleden soms op bij mensen die in professionele situaties met asbest in aanraking kwamen. In de statistieken over asbestziekten duiken dan ook vooral specifieke beroepsgroepen op.
Asbestgerelateerde ziekten zijn asbestose, sommige longkankers en mesothelioom (longvlies- en buikvlieskanker). Typisch bij asbestblootstelling is de lange incubatieperiode: men heeft geen enkel symptoom na de blootstelling en het duurt lang (soms tientallen jaren) alvorens men ziek kan worden.
Voorzichtig omgaan met asbesthoudend materiaal betekent voornamelijk blootstelling aan (asbesthoudend) stof vermijden: dus geen werkzaamheden uitvoeren waarbij dit stof (in grote mate) vrijkomt zoals asbesthoudend materiaal snijden met een slijpschijf of reinigen met een hogedruk lans, golfplaten en gevelbekledingen bij een sloop zo heel mogelijk laten enz...
U dient asbesthoudende materialen enkel te verwijderen indien ze in slechte staat zijn en de asbestvezels dus gemakkelijk kunnen vrijkomen.
In het dagelijks leven komt u vooral in contact met gebonden asbest, met name met (golf)platen en leien die uit asbestcement bestaan. Het asbest is hierbij in een matrix van cement gebonden waardoor de asbestvezels moeilijk inadembaar zijn. Het risico is dan ook zeer klein wanneer men op voorzichtige wijze met deze materialen omgaat.
Materialen met weinig gebonden asbest zoals asbesthoudende isolatie van nutsleidingen mag u nooit zelf verwijderen: dit is veel te risicovol.
Hoe u in praktijk op een verantwoorde manier kan omgaan met asbesthoudend materiaal en welk asbesthoudend materiaal u eventueel zelf mag verwijderen wordt beschreven in het document “leidraad asbest”. U kan dit document op deze webpagina downloaden.
De wetgeving is complex en versnipperd.
De OVAM is bevoegd voor het transport van asbesthoudend afval en het verwerken ervan bij de vergunde afvalverwerkende inrichtingen.
Werkgevers die hun werknemers asbesthoudend materiaal laten verwijderen moeten de arbeidswetgeving over asbest naleven. Hiervoor is de Federale Overheidsdienst Arbeid, Werkgelegenheid en Sociaal Overleg (FOD WASO) bevoegd. Voor vragen over de arbeidswetgeving moet u de FOD Werkgelegenheid contacteren.
Particulieren die asbesthoudend materiaal verwijderen (enkel in sommige gevallen mag dit) moeten de naar artikel 4.7.0.1 van VLAREM II (het Vlaams Reglement inzake de Milieuvergunning) naleven. Het lokale toezicht daarop kan onder meer gebeuren door de gemeentelijke milieudiensten.
De OVAM kan u wel telefonisch of via mail over deze bepalingen informeren.
U kunt een aantal documenten over asbest van deze webpagina downloaden.
Sommige documenten richten zich op particulieren zoals de brochure “asbest in en om het huis” en de tekst “leidraad asbest” met veel praktische informatie, andere documenten zijn bedoeld voor professionelen.
Het Compendium voor Monsterneming en Analyse (CMA) bevat na te leven monsternemings- en analysemethodes om een rechtsgeldige uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van afvalstoffen.
Het recentste CMA bevat 2 procedures over asbest, met name:
- een procedure voor de visuele analyse van het gehalte asbestverdachte materialen in granulaten, met het oog op het gebruik als bouwstof;
- een vezelvrijstellingstest voor de vrije asbestvezels in afvalstoffen, ter bepaling van de eindbestemming van dit afval