Sanering Lobroekdok ter voorbereiding op Oosterweel

  • 13 juni 2017

Tussen de Slachthuislaan en de Ring van Antwerpen, vlak bij het Sportpaleis, ligt het Lobroekdok. Als voorbereiding op de aanleg van de Oosterweelverbinding wordt het dok gesaneerd en worden zo’n zeventien scheepswrakken uit het water gehaald. Dan kan er straks vlot gewerkt worden aan de bouw van de Oosterweeltunnels.

De waterbodem van het Lobroekdok is doorheen de jaren verontreinigd geraakt met zware metalen, minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. De baggerspecie bevat ook veel bodemvreemd materiaal. Op de bodem van het dok is een antropogene kleilaag aanwezig die nagenoeg geen water doorlaat. Daardoor is het Lobroekdok hydrologisch van het omliggende grondwater geïsoleerd. Om het risico dat de verontreiniging zich verspreidt te elimineren, moet de waterbodem gesaneerd worden. De werken zijn vorige maand van start gegaan. Aannemingsbedrijf Aertssen voert de sanering uit onder leiding van THV RoTS (een tijdelijk vennootschap van deskundigen Witteveen+Bos en Sweco Belgium nv), in opdracht van Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM nv). De aannemer zal ook zeventien schepen bergen.

Baggeren tot aan de kleilaag

De verontreinigde specie in het Lobroekdok wordt mechanisch gebaggerd door middel van één of meerdere pontons met kraan, om het baggeren zo droog mogelijk uit te voeren. Het verontreinigde slib wordt geruimd over de volledige oppervlakte van het dok tot aan de vaste kleilaag (circa -0,08 meter TAW – Tweede Algemene Waterpassing). Het gaat om zo’n 220.000 m³ slib. Door te baggeren tot aan de kleilaag zal de verontreiniging zich in de toekomst niet verder kunnen verspreiden.

De baggerwerken van het Lobroekdok worden verdeeld over verschillende ‘campagnes’ die elk ongeveer twee weken zullen duren. De werken worden gespreid over één kalenderjaar. Per baggercampagne wordt gemiddeld 40.000 m³ baggerspecie gebaggerd. Die wordt getransporteerd en verwerkt ter plaatse van AMORAS, een project van het Havenbedrijf Antwerpen en de Vlaamse overheid voor de berging en verwerking van baggerspecie.

Om sedimentspreiding en verspreiding van oliefilms tijdens de werken te voorkomen, gebruikt de aannemer olieabsorberende drijflichamen en is er een luchtgordijn geplaatst ter hoogte van de doorgang naar het Albertkanaal. De verspreiding wordt bovendien gemonitord.