Verplicht onderzoeksmoment voor gronden met historische risico-activiteiten

Doelstelling 2036

Vlaanderen wil dat tegen 2036 alle historisch verontreinigde gronden kennen en de sanering opstarten. Dat betekent dat bodemonderzoeken en -saneringen in een stroomversnelling moeten raken.

Via het inventarisatieproject, waarbij we gegevens over risico-activiteiten uitwisselen met alle Vlaamse gemeenten, krijgen we meer en meer zicht op de risicogronden in Vlaanderen. Uit die informatie blijkt dat nog veel risicogronden niet onderzocht zijn.

Het Bodemdecreet voorziet reeds momenten waarbij een oriënterend bodemonderzoek wordt opgesteld.

Om de doelstelling van onderzoek en bodemsanering van de gronden met historische bodemverontreiniging tegen 2036 te realiseren, is in het Bodemdecreet een verplicht onderzoeksmoment opgenomen tegen 2021, 2023 of 2027.

Welke risicogronden krijgen een verplicht onderzoeksmoment

Voor volgende risicogronden wordt een verplicht onderzoeksmoment voorzien

  • Risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen met kenletter 'O', werden of worden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995.
  • Risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen met kenletter 'A' of 'B', werden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995.

(De kenletters van de risico-inrichtingen verwijzen naar de kolom Vlarebo van de Vlarem-indelingslijst)

Termijnen voor het indienen van het verplicht bodemonderzoek

Het oriënterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM worden ingediend voor het volgende tijdstip:

  • voor risicogronden met risico-inrichtingen met één of meer risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter ‘B’ : vóór 31 december 2021;
  • voor risicogronden met risico-inrichtingen met een kenletter met kenletter ‘A’, meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter ‘A’ of meerdere risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter ‘A’ en geen enkele met kenletter ‘B’: vóór 31 december 2023;
  • voor risicogronden met kenletter ‘O’ of meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter ‘O’: vóór 31 januari 2027.

Op wie rust de algemene onderzoeksplicht?

De algemene onderzoeksplicht rust op de eigenaar van de risicogrond, tenzij er op het ogenblik van de inwerkingtreding van de algemene onderzoeksplicht een exploitant op het terrein aanwezig was die de betreffende risico-inrichting van categorie 'O' exploiteert. In dat geval rust de onderzoeksplicht op de betreffende exploitant.

Wie kan worden vrijgesteld van onderzoekplicht?

De particulier eigenaar kan worden vrijgesteld van onderzoeksplicht als hij cumulatief voldoet aan de bepaalde voorwaarden. Hiervoor verwijzen ze we u graag naar de webpagina vrijstelling van onderzoeksplicht.