Versneld bodemonderzoek via aanpak van ‘sites’

  • 13 juni 2017

Duurzaam bodembeheer is essentieel voor een gezonde en kwaliteitsvolle leefomgeving. De OVAM neemt daarom zelf het initiatief om percelen met potentieel ernstige historische bodemverontreiniging versneld te inventariseren en indien nodig ambtshalve te saneren. Via de aanpak van woonzones en sites focussen we ons op gronden waar mogelijk historische bodemverontreiniging aanwezig is.

Woonzones

Ook woongebieden kunnen kampen met historische bodemverontreiniging. In het verleden werden oude stortplaatsen of fabrieksterreinen vaak ingericht als woongebied. Ook in het centrum van steden zijn soms woningen gebouwd op gronden waar vroeger bedrijfsactiviteiten werden uitgevoerd. Door die activiteiten is de grond mogelijk verontreinigd, wat een grote bedreiging vormt voor de bewoners: kinderen spelen in de tuin, er worden groenten gekweekt en soms gebruikt men zelfs grondwater om de tuin te besproeien of het zwembad te vullen. Wie zijn grond verkoopt, moet dus een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren.

Om die problematiek het hoofd te bieden, ontwikkelde de OVAM enkele jaren geleden een beleid dat zich specifiek richt op bewoonde gebieden waar de bodem verontreinigd kan zijn: de aanpak van woonzones. Omdat de eigenaars meestal niet verantwoordelijk zijn voor de eventuele bodemverontreiniging, groeperen we de betrokken gronden om er één globaal bodemonderzoek op uit te voeren. Door die globale aanpak verlaagt zowel de administratieve als de financiële last voor de eigenaars en bewoners. Ten slotte krijgen we sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem en van de mogelijke risico's van de bodemverontreiniging. Intussen hebben we al meer dan tachtig woonzoneprojecten opgestart.

Siteonderzoek

Vanaf 2017 gaan we nog een stap verder. We doen een bodemonderzoek voor de bewoonde en  niet bewoonde percelen die in aanmerking komen voor een site. We bundelen het bodemonderzoek van alle percelen waarop in het verleden een risicoactiviteit gevestigd was in een zogenaamd siteonderzoek. De gronden die momenteel niet bebouwd zijn, zijn immers potentiële bewoonbare percelen. Informatie verzamelen over de bodemkwaliteit van die niet-bebouwde percelen is in het kader van duurzaam bodembeheer essentieel. De percelen hoeven geografisch gezien niet allemaal met elkaar verbonden te zijn. Meestal gaat het om meerdere locaties in één gemeente en omvat elke locatie één tot meerdere percelen. Zie het volgende voorbeeld:

In één gemeente was vroeger een stortplaats, een garagewerkplaats, een plastiekverwerkend bedrijf, een transportbedrijf en een ijzergieterij. Al die verschillende activiteiten zijn lang geleden stopgezet en er is geen informatie gekend over de kwaliteit van de grond en het grondwater. De terreinen werden grotendeels verkaveld en er ontstonden enkele woonwijken. Ter hoogte van een van de fabrieken is het terrein nu onderbenut en braakliggend.

Voormalige risicoactiviteiten Huidig gebruik Locatie Aantal percelen
stortplaats weiland en recreatie locatie 1 2
garagewerkplaats bewoond locatie 2 1
plastiekverwerkend bedrijf 5 woningen en 5 bouwgronden locatie 3 10
transportbedrijf woonwijk en apotheek locatie 4 11
ijzergieterij onderbenut en braakliggend locatie 5 30

Voor Mechelen is de verhouding tussen percelen en lokalen weer totaal anders. Hier situeren zich 212 locaties met voormalige risico activiteit tegenover "slechts" 264 percelen. Elke gemeente of stad levert uiteraard een andere situatie. We zullen dan ook per gemeente een afweging doen hoe we het onderzoek best organiseren.

Minder administratie

De siteaanpak zorgt voor tijdwinst en meer efficiëntie. Meerdere percelen worden gelijktijdig onderzocht, zodat we sneller een volledig beeld krijgen van de verontreinigingssituatie. Op administratief vlak betekent dat een vereenvoudiging, omdat we meerdere percelen bundelen in één rapport. We bekijken ook tegelijk voor meerdere eigenaars of ze vrijgesteld kunnen worden van de saneringsplicht. Zo sparen we tijd uit, omdat we anders per perceel na het oriënterend onderzoek een afzonderlijke aanvraag voor vrijstelling zouden krijgen. Voor gronden in particuliere eigendom waarop activiteiten werden stopgezet voor 28 oktober 1995, bekijkt de OVAM in hoeverre de eigenaars voldoen aan alle voorwaarden voor een vrijstelling van de saneringsplicht. Als er op die percelen geen nieuwe risicoactiviteiten plaatsvonden, komen ze in aanmerking voor een siteonderzoek.

We bieden ook ondersteuning aan de eigenaars van de percelen: de onderzoeksplicht wordt pro-actief door de OVAM vervuld en ze moeten zelf geen oriënterend bodemonderzoek laten opmaken. Bij overdracht van de grond hoeven ze de kosten van een oriënterend bodemonderzoek niet te betalen.

Als overheid volgen we de wetgeving op overheidsopdrachten. Door grotere onderzoeksopdrachten aan te besteden, hopen we op een optimale prijs-kwaliteitverhouding en een vlotte afronding van de onderzoeken.

Gemeentelijke inventaris

Dit jaar gaan we voor het eerst siteonderzoeken opstarten op basis van de gegevens in de gemeentelijke inventaris. We willen daaruit informatie verzamelen over huidige en vroegere risicoactiviteiten om in de toekomst snel en efficiënt voor een groot aantal percelen de gegevens over de bodemkwaliteit zichtbaar te maken. Voor 2017 selecteerden we twintig gemeentes waarvan de informatie over risicoactiviteiten snel beschikbaar was. Voor Beringen, Bornem, Bonheiden, Erpe-Mere, Gistel, Heuvelland, Knesselare, Londerzeel en Zele werd al een erkende bodemsaneringsdeskundige aangesteld om te starten met het bodemonderzoek.