Vrijstelling van onderzoeksplicht

Vrijstelling onderzoeksplicht:

Voorwaarden als eigenaar

Eigenaars van locaties met risico-inrichtingen met aanvang vóór 29 oktober 1995 (historische risicogronden) krijgen een verplicht onderzoeksmoment en moeten dus een oriënterend bodemonderzoek laten opstellen door een bodemsaneringsdeskundige.

Als u eigenaar bent van een historische risico-grond moet u het oriënterend bodemonderzoek niet uitvoeren als u kunt aantonen dat u aan volgende voorwaarden voldoet:

  • u bent eigenaar van een risico-grond waarop risico-inrichtingen hebben plaatsgevonden met aanvang vóór 29 oktober 1995
  • u heeft de risico-inrichtingen niet zelf geëxploiteerd
  • de risico-inrichtingen werden geëxploiteerd voor u eigenaar van de gronden werd;
  • u hebt de gronden, nadat u ze verworven heeft, alleen aangewend voor particulier gebruik;
  • als u het eigendomsrecht op de risicogrond door vererving heb verworven, voldoet de erflater ook aan de bovenvermelde voorwaarden.

Bij een aanvraag moet u rekening houden met volgende:

  • oude kadastrale nummering van percelen moeten omgezet worden naar de huidige nummering. U kan geen aanvraag doen met oude kadastrale gegevens. Het juiste perceelnummer kan u vinden op uw aanslagbiljet van de onroerende voorheffing of via de webpagina www.geopunt.be
  • de grond mag nog niet opgenomen zijn in een eerder uitgevoerd oriënterend bodemonderzoek. De gronden die reeds onderzocht zijn, zijn raadpleegbeer via het geoloket van bodemdossierinformatie.
  • Het perceelnummer moet bij de OVAM gekend zijn als risicogrond. Bij de milieudienst van uw gemeente kan u de milieuvergunningen bekomen. Als de gemeente oordeelt dat de grond een risicogrond is, moet deze informatie via het webloket van de gemeente uitgewisseld zijn met de OVAM.
  • De risico-inrichtingen uitgevoerd op het perceel, moet een aanvang van exploitatie hebben vóór 29 oktober 1995. Bij de milieudienst van uw gemeente kan u de volledige milieuvergunning bekomen met vermelding van de startdatum.

Wanneer kan u deze vrijstelling aanvragen

Deze vrijstelling van onderzoeksplicht kan ten allen tijde worden aangevraagd maar uiterlijk vóór de verplichte onderzoekstermijn bij historische risicogronden. Indien u echter een persoonlijk schrijven ontvangt van de OVAM wordt de termijn van indienen van deze aanvraag, beperkt tot uiterlijk 90 dagen.

Wat wordt verstaan onder 'particulier gebruik'

Onder 'particulier gebruik' wordt verstaan dat de locatie in eigendom is van particulieren (natuurlijke personen) die het onroerend goed gebruiken voor privédoeleinden en dus niet voor beroepsdoeleinden of een economische activiteit.

Volgende eigenaars komen bijgevolg niet in aanmerking:

  • overheden: gemeenten, intercommunales, overheidsbedrijven,...
  • ondernemingen, vennootschappen
  • vzw's
  • andere rechtspersonen
  • feitelijke verenigingen
  • handelaars en vrije beroepen voor de onroerende goederen waar ze hun beroeps- of commerciële activiteit uitoefenen.

Volgende locaties komen in aanmerking :

  • woningen in eigendom van particulieren voor bewoning
  • weilanden, akkers, boomgaarden, bossen of braakliggende locaties zonder commercieel winstoogmerk
  • opslagruimten zonder commercieel winstoogmerk
  • woningen, weilanden, akkers, bossen en opslagruimten verhuurd door particulieren aan particulieren voor privédoeleinden zonder commercieel winstoogmerk

Er mag op de locatie bijgevolg geen vereniging, onderneming, overkoepelende beheerder of gebruiker met commercieel winstoogmerk aanwezig zijn.

Voorbeelden van locaties die niet in aanmerking komen zijn:

  • woningen of locaties met uitoefening van vrije beroepen, winkels of handelsruimten
  • woningen of locaties met huurcontracten of overeenkomsten in eigendom van verenigingen, ondernemingen, vennootschappen of andere overkoepelende organisaties
  • gebruik van weilanden, akkers, boomgaarden, bossen of braakliggende locaties voor commerciële doeleinden

Let op

Een particuliere eigenaar komt wel in aanmerking indien hij een ondernemingsnummer heeft met uitvoering van zijn activiteiten op een andere locatie.

Exploitanten, huurders of gebruikers kunnen geen aanvraag indienen voor de vrijstelling van onderzoeksplicht.

Het is mogelijk dat u na een oriënterend bodemonderzoek een aanvraag indient voor de vrijstelling van saneringsplicht link als u meent aan die voorwaarden te voldoen.

Hoe kunt u deze vrijstelling aanvragen?

Als u aan de voorwaarden voldoet, vult u het formulier in dat u terugvindt bij Publicaties, rechts van deze pagina. Stuur uw aanvraag naar de OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen.

U kan hier ook een afdruk van het formulier vragen. Contacteer hiervoor het team Klantenbeheer van de OVAM op 015/284 458.

Beoordeling van uw aanvraag door de OVAM

De OVAM heeft 90 dagen om uw aanvraag te beoordelen. Als de OVAM akkoord gaat, bevestigt ze deze vrijstelling van onderzoeksplicht schriftelijk.

Voor elk perceel uit de aanvraag wordt nagegaan of voldaan is aan de voorwaarden. U ontvangt voor elke grond een aparte beslissing.

Als de vrijstelling onderzoeksplicht wordt toegekend, ontvangt u hiervoor een beslissing van de OVAM. Deze beslissing kan samen met het bodemattest gebruikt worden voor de overdracht van het perceel.

Hoe verloopt het verder?

De OVAM zal voor de vermelde grond een oriënterend bodemonderzoek of site-onderzoek uitvoeren. Dit zal gebeuren binnen een meerjarenplanning. De OVAM zal voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek de eigenaar(s) hierover informeren.

De mogelijkheid bestaat dat de OVAM in het kader van het oriënterend bodemonderzoek of site-onderzoek op de grond een bodemverontreiniging vaststelt waarvoor verdere maatregelen noodzakelijk zijn. In dat geval moet een beschrijvend bodemonderzoek en eventueel ook bodemsanering worden uitgevoerd. Het feit dat de eigenaar werd vrijgesteld van de verplichting tot oriënterend bodemonderzoek betekent niet automatisch dat de eigenaar ook is vrijgesteld voor het uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering.
In de informatiebrief na het oriënterend bodemonderzoek of site-onderzoek zal de eigenaar worden geïnformeerd over de eventuele noodzaak van de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek en de mogelijkheden om eventueel ook hiervoor vrijstelling te bekomen.

Gevolgen van de vrijstelling van onderzoeksplicht bij de overdracht van een risicogrond

Deze vrijstellingsbeslissing brengt met zich mee dat de eigenaar ook vrijgesteld is van de verplichting om een oriënterend bodemonderzoek vóór de overdracht van de betrokken risicogrond uit te voeren (artikel 29 en 102 van het Bodemdecreet), op voorwaarde dat sedert de vrijstellingsbeslissing geen risico-inrichtingen op de grond werden geëxploiteerd. Het is belangrijk dat u als eigenaar bij overdracht van de grond de kandidaat-verwerver vooraf op de hoogte brengt dat de OVAM op de grond een oriënterend bodemonderzoek of site-onderzoek zal uitvoeren en dat uit het onderzoek kan blijken dat verdere maatregelen noodzakelijk zijn.

De vrijstelling van de hierboven vermelde onderzoeksverplichting gaat op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver op voorwaarde dat die persoon de risico-inrichtingen op de over te dragen grond niet zelf heeft geëxploiteerd (artikel 31, §4 van het Bodemdecreet).