Wijzigingen in het webloket van Mistral – opdrachten labelen

  • 7 december 2017

De labeling van dossiers door OVAM is in 2009 opgestart ten behoeve van datamining. Heel wat informatie kan niet worden bekomen via queries op de databank. Een eenvoudige bevraging via een label in plaats van een complexere query op de databank blijkt in de praktijk ook (tijds)efficiënt. Doorheen de jaren blijken labels eveneens nuttig voor dossieropvolging (bijvoorbeeld prioritaire opvolging binnen waterwingebieden) en het al dan niet opstarten van nieuwe strategische projecten (bijvoorbeeld: scholen en gasfabrieken).

Na een grondige evaluatie van de werking bleek dat de bodemsaneringsdeskundige heel wat labels kan toekennen bij het indienen van een nieuwe opdracht. Vanaf 1 januari 2018 zal bij het indienen van een nieuwe opdracht dan ook altijd minstens één label moeten worden toegekend.

We verwachten dat men een label toekent aan alle opdrachttypes, uitgezonderd kwaliteitsplannen en tussentijdse rapporten.

Geef bij een beschrijvend bodemonderzoek of een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek enkel de labels die het voorwerp uitmaken van de opdracht. Bijvoorbeeld: een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van een minerale olieverontreiniging met als bron een garagewerkplaats. Op één van de verspreidingspercelen bevindt zich een droogkuis. De droogkuis was niet de aanleiding van het beschrijvend bodemonderzoek en evenmin verantwoordelijk voor het ontstaan van de verontreiniging. In dit voorbeeld is enkel het label ‘garage en carrosserie’ van toepassing. Het label ‘droogkuis’ hoort niet bij deze opdracht.

Keuze uit volgende labels:

Asbest: Bodemverontreiniging met asbest

Brownfield: Een brownfield is een geheel van verwaarloosde of onderbenutte gronden die zodanig zijn aangetast, dat zij kennelijk slechts gebruikt of opnieuw gebruikt kunnen worden door middel van structurele maatregelen.

Droogkuis/wasserij: Alle actieve en voormalige bedrijven die chemisch reinigen van textiel, alsook alle industriële of commerciële activiteiten waarbij VOS worden gebruikt in een installatie voor het schoonmaken van kleren, meubelstoffen en soortgelijke consumptiegoederen, met uitzondering van het handmatig verwijderen van vlekken in de textiel- en de kledingindustrie.

Drugsgerelateerd: Op het terrein zijn aanwijzingen van het achterlaten van drugsafval of daaraan gekoppelde chemicaliën, of zijn aanwijzingen van (illegale) productie van drugs, zoals een drugslabo.

Garage en carrosserie: Alle actieve en voormalige garage- en koetswerkbedrijven en aanverwante bedrijven die constructie-, herstel-, en onderhoudswerkzaamheden aan motorvoertuigen in de ruimste zin uitoefenen op auto’s, moto’s, vrachtwagens, bestelwagens, landbouwmachines, bussen en respectievelijke aanhangwagens.

Gasfabriek: Het label 'gasfabriek' wordt toegekend aan alle voormalige 'gassites'. De gassites kunnen opgedeeld worden in 3 categorieën, nl: echte gasfabrieken (rubriek 16.1), de gashouders (opslag van gas) en de sites waar er gasproductie en/of -opslag was als nevenactiviteit (bv. een textielfabriek met gasproductie).

Glastuinbouw: Alle actieve en voormalige bedrijven die onderdeel uitmaken van de tuinbouwsector en activiteiten uitoefenen in de glasgroenteteelt (grondgebonden teelt en substraatteelt), de aardbeienteelt onder glas of de glassierteelt.

Gedwongen mede-eigendom: Eigendommen met meer dan 1 eigenaar en die vallen onder artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek. In de eigendommen zijn er gemeenschappelijke en privatieve delen.

Voorbeelden: klassieke appartementsgebouwen

Mogelijke voorbeelden: winkelcentra, bedrijvencentra, woonzorgcentra, garagecomplexen...: indien er meerdere personen eigenaar zijn en dit duidelijk omschreven is voor welk deel (vb unit 5 van het bedrijvencentrum behoort toe aan eigenaar X, de parking is gemeenschappelijk)

Voorbeelden die er niet onder vallen: 3 kinderen die een woning hebben geërfd en alzo mede-eigenaars zijn geworden, woonzorgcentra met 1 eigenaar (vb het OCMW).

In eigendom van lokale besturen: Het terrein dat het onderwerp is van het onderzoek (maw het bronperceel), is in eigendom van gemeenten, intercommunales, autonoom gemeentebedrijf, intergemeentelijk samenwerkingsverband, OCMW's, provincies, Provinciale ontwikkelingsmaatschappijen POM. Het gaat hier niet om delen openbaar domein die als verspreidingsperceel kunnen beschouwd worden.

In eigendom van de Vlaamse Overheid: Alle gronden waar de Vlaamse Overheid als eigenaar kan aangeduid worden. Hieronder vallen de gronden die in eigendom zijn van: ANB Afdeling Natuur & Bos), AWV (Agentschap Wegen & Verkeer), W&Z (Waterwegen & Zeekanaal), VMM (Vlaamse Milieumaatschappij), VLM (Vlaamse Landmaatschappij), NV De Scheepvaart, VMW (De Watergroep), DMOW (Departement Mobiliteit en Openbare Werken), GO! (Gemeenschapsonderwijs), VMSW (Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen), MSK (Museum voor Schone Kunsten), VVM De Lijn, Bloso, ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek), Toerisme Vlaanderen, DLNE (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie), AFM (Agentschap Facilitair Bedrijf), VITO, VDAB, DEWI (Departement Economie, Wetenschap en Innovatie), INBO (Instituut voor Natuur en Bosonderzoek), DLV (Departement Landbouw en Visserij), UZ Gent, OVAM, DDAR (Departement diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid), DRWO (Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed) , VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap), VRT, OPZC Rekem (Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum), DFB (Departement Financiën en Begroting), IWT (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap).

IED: (Richtlijn industriële emissie) Op het terrein is een S-inrichting gevestigd.

Particulier: (Opdrachtgever en/of) eigenaar is particulier.

School: Instelling waar onderwijs wordt gegeven. Hieronder vallen: het kleuteronderwijs, de lagere en de middelbare scholen, de muziekscholen, de internaten en de Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB).

Stookolietank voor verwarming: Huidige of voormalige tank voor verwarming met stookolie/mazout (ongeacht tankvolume) die de oorzaak is van het schadegeval of melding van bodemverontreiniging.
Dit label wordt toegekend aan de opdrachttypes: Melding schadegeval, Vaststelling schadegeval, Melding bodemverontreiniging, Andere screening, Bronbepaling, Screening Premaz en daaropvolgende opdrachten: Beschrijvend bodemonderzoek, Bodemsaneringsproject en Eindevaluatieonderzoek of Evaluatierapport na schade. Ingeval een oriënterend bodemonderzoek wordt het label enkel toegekend indien ter hoogte van de tank een verontreiniging werd vastgesteld waarvoor verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Ingeval een Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt het label toegekend indien in fase oriënterend bodemonderzoek ter hoogte van de tank een verontreiniging werd vastgesteld waarvoor verdere maatregelen noodzakelijk zijn.

Stortplaats: Plaatsen waar gestort wordt of werd (vergund of niet-vergund): onder andere rubrieken 2.3.6, 2.3.7, 2.3.11, 2.3.8.d1, 2.3.10 en subrubrieken.

Tankstation: Alle actieve en voormalige publieke brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, zijnde een installatie voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare brandstoffen bestemd voor de voeding van hun motoren.

Universiteit: Alle instellingen voor hoger onderwijs. Hieronder vallen: de Universiteiten, de hogescholen en de scholen voor avondonderwijs (die niet verbonden zijn aan scholen).

Transport - goederen en personen: Alle actieve en voormalige bedrijven die voor eigen rekening (of voor rekening van derden) instaan voor het verzorgen van personen- en goederenvervoer, waarbij gebruik gemaakt wordt van eigen installaties voor herstellen van en bevoorraden van de eigen vervoersmiddelen.

Waterbodem: Bodem van een oppervlaktewaterlichaam die altijd of een groot gedeelte van het jaar onder water staat.

Waterwingebied: Gelegen in een waterwingebied of beschermingszone

Niet van toepassing: Voor deze opdracht is geen enkele van de bovenvermelde labels van toepassing.

Werkwijze in het webloket

In het webloket van Mistral kan u in een opdracht in opmaak één of meerdere labels toekennen aan de opdracht die u gaat doorsturen naar de OVAM. In de tab 'Algemeen' van een opdracht vindt u onderaan het panel 'Labels'. Het toevoegen van een label aan een opdracht gebeurt door een keuze te maken in de dropdown-lijst en vervolgens te klikken op het plus-icoontje. Door op het min-icoontje te klikken, kan u een foutief label weer verwijderen.
Selecteer het label 'Niet van toepassing', als geen enkel van de andere labels toepasbaar is.
Bij een kwaliteitsplan of een tussentijds rapport hoeft u geen label toe te voegen.