Wanneer bodemonderzoek nodig ?

Oriënterend bodemonderzoek

Hebt u een grond waarop bodemverontreinigende activiteiten worden of werden uitgevoerd? Is er op het perceel een bedrijf gevestigd dat activiteiten uitoefent die op de lijst met risico-inrichtingen staan? Dan moet u in de volgende gevallen een erkend bodemsaneringsdeskundige aanstellen om een oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren.

  • U bent overdrager (eigenaar van het terrein, concessiegever of concessiehouder, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalrechthouder) en u wil uw risicogrond overdragen.
  • U bent exploitant en u wil uw bedrijf sluiten en uw risico-inrichtingen stopzetten.
  • U bent uitbater en u bent door de aard van uw activiteiten verplicht om binnen een bepaalde termijn en daarna volgens een bepaalde periodiciteit een oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Meer info over de voorwaarden van de periodieke onderzoeksplicht vindt u hier.
  • U moet tegen 2021, 2023 of 2027 éénmalig een bodemonderzoek uitvoeren als u een grond bezit waar historische risicoactiviteiten plaatsvonden (activiteiten opgestart vóór 29 oktober 1995). Het tijdstip hangt af van de aard van activiteiten die werden uitgevoerd: hoe zwaarder de activiteiten hoe eerder een onderzoek vereist is.
  • In bepaalde gevallen van gedwongen mede-eigendom diende er voor 31 december 2014 een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. 
  • Er is sprake van een failissement en vereffening van een exploitant die een risico-inrichting exploiteert.
  • Uw risicogrond wordt onteigend.  Dan moet het bodemonderzoek uitgevoerd worden op initiatief en op kosten van de onteigenende instantie.
  • In het kader van de sluiting van een risico-inrichting kan een exploitatie-onderzoek uitgevoerd worden voor alle risico-inrichtingen waarop de sluiting van toepassing is.

Een onderzoek in het kader van de sluiting van een risico-inrichting of in het kader van een onteigening worden telkens uitgevoerd op een deel van het kadastrale perceel en is daarom niet geldig voor de overdracht van het volledige perceel.

Beschrijvend bodemonderzoek

Brengt het oriënterend onderzoek een verontreiniging aan het licht?  De ouderdom van de vastgestelde verontreiniging zal bepalend zijn voor wat u dan moet doen. 

  • Nieuwe verontreiniging. Dateert de verontreiniging van na 28 oktober 1995, dit is de datum waarop het bodemsaneringsdecreet in werking trad?  Blijkt dat de verontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dat dreigt te doen? Dan moet u een beschrijvend bodemonderzoek laten uitvoeren.  Naast de aard en de concentraties van de verontreinigende stoffen zal het beschrijvend bodemonderzoek de ernst van de bodemverontreiniging vaststellen.
  • Historische verontreiniging. Kwam de verontreiniging tot stand vóór 28 oktober 1995 en dus vóór de inwerkingtreding van het bodemsaneringsdecreet? Als blijkt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de verontreiniging een ernstige bedreiging vormt, dan moet u een beschrijvend bodemonderzoek laten uitvoeren.
  • Gemengde verontreiniging. Stelde het oriënterend bodemonderzoek een gemengde verontreiniging vast? Dan gaat het om verontreiniging die tot stand gekomen is gedeeltelijk voor 29 oktober 1995 en gedeeltelijk na 29 oktober 1995.  Hier moet een bodemsaneringsdeskundige het onderscheid maken tussen het aandeel historisch en het aandeel nieuwe verontreiniging. 

Uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt of een bodemsaneringsproject nodig is.