Bodemsaneringsfonds voor tankstations effent de weg voor duurzame toekomst

  • 14 september 2021

Het bodemsaneringsfonds voor tankstations (BOFAS) werkt al zeventien jaar succesvol samen met de OVAM. Meer dan 3487 tankstations die met een historische bodemverontreiniging kampten, werden in die tijd gesaneerd. Daarvan lagen er 2184 in Vlaanderen; goed voor een oppervlakte van 1,5 miljoen m². BOFAS draagt het leeuwendeel van de kosten voor elke bodemsanering en helpt zo mee om verontreinigde terreinen opnieuw gebruiksklaar te maken.

BOFAS vzw werd in 2004 opgericht, onder toezicht van de overheid en in overleg met de petroleumsector. Het doel van het fonds: de bodemverontreiniging bij tankstations in België grondig aanpakken. Al bijna twintig jaar bundelen de partners op duurzame wijze hun krachten.

Het bodemsaneringsfonds wordt voor de helft gefinancierd door de sector zelf. Die heeft al bijna 250 miljoen euro bijgedragen voor de grootschalige schoonmaakoperatie. De andere helft werd opgehaald bij automobilisten: die betaalden de afgelopen jaren bij elke tankbeurt een kleine toeslag. Het fonds beschikt inmiddels over voldoende middelen om alle resterende tankstations te onderzoeken en te saneren. In 2026 zal BOFAS zijn taak wellicht volbracht hebben. Er zullen dan meer dan 3900 tankstations gesaneerd zijn.

Alle kansen bieden

Uitbaters en eigenaars van verontreinigde gronden waarop ooit een tankstation gevestigd was, kregen van BOFAS tot driemaal toe de kans om een dossier in te dienen. De eerste keer kreeg het fonds niet minder dan 3250 aanvragen te verwerken. Een tweede aanvraagronde leverde nog eens 1794 aanvragen op. In 2019 besloot de sector, in samenspraak met de overheid, om de tussenkomst van BOFAS nog een derde keer mogelijk te maken, om ook de laatste overblijvers de kans te geven om hun terrein te saneren.

Van de 5524 aanvragen die het fonds in totaal ontving, werden uiteindelijk 3987 dossiers ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het fonds ofwel de saneringskost (gedeeltelijk) terugbetaalt, ofwel de volledige sanering voor eigen rekening neemt. Zo heeft BOFAS nu al 1968 stations in eigen beheer gesaneerd. Samen met de terugbetalingen brengt dat het voorlopige totaal op 3487 gesaneerde tankstations.

Vergeten locaties

De grootste uitdaging van BOFAS is niet zozeer het aansturen van de saneringen, maar vooral het terugvinden van verontreinigde locaties. Vroeger tankten autobestuurders op heel andere plaatsen dan vandaag: denk aan de klassieke pomp op de hoek van de straat of onder de kerktoren, een dorpsgezicht dat vandaag niet meer bestaat. Heel wat terreinen die ooit een klein tankstation herbergden, zijn intussen ook al meermaals van eigenaar veranderd. Sommige percelen hebben een nieuwe bestemming gekregen, andere liggen verloederd te wachten op een herontwikkeling.

Het team van BOFAS heeft de afgelopen jaren heel wat archieven doorzocht. Medewerkers haalden oude lijsten van onder het stof, keken de gemeentelijke inventaris van de OVAM in en gingen actief op zoek naar eigenaars. Heel wat uitbaters en eigenaars wisten niet eens dat er ooit een tankstation op hun grond had gestaan.  Dankzij de inspanningen van BOFAS werden heel wat terreinen gesaneerd en klaargemaakt voor herontwikkeling. De tankstations van weleer maken plaats voor kantoren, woningen of zelfs flatgebouwen.

Een slimme investering

BOFAS, de OVAM en alle andere betrokken partijen kozen van bij het begin voor een laagdrempelige aanpak. Uitbaters en eigenaars die een dossier wilden indienen, werden daarbij begeleid. De eigen investering bleef beperkt tot een oriënterend bodemonderzoek, om aan te tonen dat de grond wel degelijk verontreinigd was. De kostprijs van zo’n eerste onderzoek ligt tussen de 3000 en 6000 euro: een slimme investering, als je weet dat de sanering van een tankstation gemiddeld 128 000 euro kost.

Sinds zijn oprichting in 2004 heeft BOFAS al een aanzienlijk bedrag aan saneringen gespendeerd. Het fonds betaalde 83,7 miljoen euro aan saneringskosten terug voor tankstations die nog actief waren. Meer dan 211,3 miljoen ging naar de sanering van gesloten tankstations. Op die manier werden heel wat goed gelegen gronden opnieuw verkoopbaar: een voordeel voor de eigenaar, maar vooral ook voor de samenleving.