Flaminco

Enhanced Landfill Mining (ELFM)

Enhanced Landfill Mining is het veilig opslaan, ontgraven en geïntegreerd valoriseren van gestorte afvalstromen naar materialen en energie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van transformatietechnologieën met respect voor de meest strenge sociale en ecologische criteria.

Vlaanderen kent om en bij de 2000 stortplaatsen. De economische situatie, samen met de grondstofprijzen van de moedermaterialen, zorgt er voor dat de valorisatie op grote schaal van de stromen die in een stortplaats zitten momenteel niet rendabel is . De OVAM beheert bijgevolg de in de stortplaatsen opgeslagen voorraad aan grondstoffen. Dit vraagt om een beleid op korte, middellange en lange termijn.

De eerste stap in een dergelijk voorraadbeheer is het becijferen hoe groot de voorraad is en waar de verschillende voorraden zich bevinden.

De verschillende OVAM-databanken vormen daarvoor het ideale vertrekpunt. De informatie die opgeslagen is in het grondeninformatieregister (register waarin alle relevante informatie mbt gronden en bodemverontreiniging wordt opgenomen ) werd samengebracht met de informatie uit de databank van heffingen (vergunde stortplaatsen)en met het zogenaamde POT-archief. Het POT-archief is een inventarisatie van gronden waar in het verleden mogelijk activiteiten gebeurden die de bodem vervuilden, waaronder stortplaatsen.

Deze databank wordt continu geactualiseerd.

Na het catalogeren van de verschillende stortplaatsen gebeurt een eerste fase van mining:  datamining. De datamining bestaat uit een rangschikking van de stortplaatsen volgens ELFM-potentieel. Deze potentieelinschatting werd vertaald in het FLAMINCO-model.

Flaminco ( Flanders Landfill Mining, Challenges and Opportunities)  is een  beslissingsondersteunend model waarmee het ELFM-potentieel en de milieuprioritering van stortplaatsen bepaald wordt. Hiervoor werd een scoresysteem uitgewerkt per doelstelling en per criterium.  De versie Flaminco 1.0 werd in 2013 operationeel.

Volgende zeven criteria worden hiervoor in beschouwing genomen:

  • het type stortplaats;
  • het tijdstip van storten;
  • het volume stortmateriaal;
  • de ligging van de stortplaats, i.e. het landgebruik;
  •  de afstand van de stortplaats tot ontsluiting;
  • de nabijheid van andere stortplaatsen;
  • de noodzaak tot bodemsanering.

Voor het laatste criterium, de noodzaak tot bodemsanering werd nog een bijkomende uitwerking voorzien.

De verschillende stortplaatsen worden met behulp van bepaalde wegingsfactoren gerangschikt naar de verschillende aspecten rond ELFM: waste to materials (WtM), waste to energy (WtE), waste to land (WtL) en Resource Management – intermediaire opslag (RM).

Op deze manier worden prioriteiten bepaald en gebeurt er verder onderzoek.

In een volgende stap wordt de databank verder aangevuld voor de prioritaire stortplaatsen en worden ook verdere bodemonderzoeken uitgevoerd om het potentieel tot ELFM verder te verfijnen. In een latere fase onderzoeken we dan de stortplaatsen met een hoog potentieel voor ELFM in detail alvorens we de ontginning aanpakken.

Maar eerst worden hiervoor nog de nodige proefprojecten uitgevoerd.

De gecoördineerde versie van de FLAMINCO-methodiek wordt in onderstaand rapport beschreven.

pdf bestandFlamincomethodiek (1.78 MB)

Het blanco rekenblad vindt u hier 
7z bestandFLAMINCO blanco model (1.26 MB)

Landfill mining in Flanders: methodology for prioritization. (ISWA, Sardinië 2013): pdf bestandPaper Sardinia Behets ISWA 2013 (620 kB)

pdf bestandLandfill Mining final report May 2013 (1.01 MB)