Grensoverschrijdende verzending dierlijke bijproducten (DBP) en afgeleide producten

Wetgeving

De Europese wetgeving voor de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) is sinds 12 juli 2007 niet meer van toepassing op de niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (DBP). Voor elk grensoverschrijdend transport van deze DBP moet worden voldaan aan de voorwaarden van de Europese Verordening Dierlijke Bijproducten.

Het gebruik van de Europese databank TRACES en van een Europees handelsdocument werd voor het eerst verplicht door de Verordening nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde DBP (V1774/2002). 

Op 4 maart 2011 werd deze vervangen door de twee huidige Europese verordeningen. De procedures en formulieren voor het grensoverschrijdend vervoer van niet voor menselijke consumptie bestemde DBP werden gewijzigd en verfijnd.

Procedures voor het verzenden (binnen de EU) van niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten die als afvalstoffen worden beschouwd

De OVAM is bevoegd voor (de grensoverschrijdende verzending van) de niet voor menselijke consumptie bestemde DBP en afgeleide producten die als afvalstoffen worden beschouwd.

De verdeling van bevoegdheden in Vlaanderen is vastgelegd in de overeenkomst tussen de federale staat en de gewesten inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten van 18 oktober 2013.

Bij verzending naar Vlaanderen van DBP of afgeleide producten van de categorieën 1 en 2, moet het erkend bedrijf in de lidstaat van oorsprong - de leverancier dus van het Vlaamse erkend bedrijf - een toestemming verkrijgen van de OVAM.
Bij verzending vanuit Vlaanderen, moet het Vlaams erkend bedrijf de toestemming daarvoor verkrijgen van de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming.
De OVAM moet ook op de hoogte worden gesteld van de verzending van verwerkte dierlijke eiwitten (VDE) afgeleid van categorie3-materiaal (enkel deze met een afvalstoffenbestemming). Daarvoor is sinds V1069/2009 geen toestemming meer vereist.

In alle bovenstaande gevallen en voor elke afzonderlijke vracht is het gebruik van het TRACES-systeem verplicht.

Eveneens verplicht is het gebruik van het Europees aanvraagformulier en het handelsdocument, beiden in een standaardformaat voorzien in V142/2011.

EU - Handelsdocument

Het model van het handelsdocument wordt regelmatig aangepast, ga dus na of u de juiste versie gebruikt. U vindt de juiste versie via volgende link: handelsdocument en handleiding over het gebruik ervan op de website van het FAVV.

EU - Aanvraagformulier verzending cat. 1- of 2-materiaal:

pdf bestandV 1097 2012 - Aanvraag toestemming cf V 1069 2009 voor het vervoer binnen de EU van niet voor menselijke consumptie bestemde DBP.pdf (72 kB)
pdf bestandR 1097 2012 - Application authorisation dispatch ABP.pdf (169 kB)

Met dit opgelegde formulier vraagt een erkend bedrijf van oorsprong van cat. 1- en 2-materiaal een toestemming aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat van bestemming, nodig om te voldoen aan V1069/2009 inzake dierlijke bijproducten.

 

Controle

Het ontvangend erkend bedrijf van dierlijke bijproducten en afgeleide producten moet na ontvangst van elke vracht een kopie van het verplicht Europees handelsdocument bezorgen aan de autoriteit van het land van bestemming, om controle te garanderen. Voor de ontvangst in Vlaanderen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten die ook afvalstoffen zijn, moeten de terugmeldingen gebeuren aan de OVAM. Dat kan per fax nr 015 284 188 of via mail aan traces@ovam.be.

 

Zie ook: FAVV

 

Naar boven