Hoe een milieutechnische eenheid op verschillende percelen beoordelen

  • 19 november 2019

De gemeenten duiden de risicogronden op hun grondgebied aan op basis van de informatie uit milieuvergunningen of andere beschikbare archiefinformatie. Als deze informatie wijst op een verhoogd risico op bodemverontreiniging, kan enkel een oriënterend bodemonderzoek de nodige zekerheid bieden.

Wat als een perceel 'onterecht' werd geïnventariseerd?

Als de eigenaar of exploitant van mening is dat een perceel onterecht is opgenomen als risicogrond, bezorgt hij de nodige bewijsstukken aan de gemeente om het tegendeel aan te tonen. Als dit duidelijk geen risicogrond is, verwijdert de gemeente het perceel uit de gemeentelijke inventaris. Indien nodig kan ook met een gemotiveerde verklaring de werkelijke situatie op het terrein worden uitgeklaard door een bodemsaneringsdeskundige.  De gemeente moet altijd bevestigen of alle beschikbare informatie is opgenomen in de gemotiveerde verklaring. Meer details over deze procedure: www.ovam.be/datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris-procedure

De kadastrale situatie kan de juridische beoordeling per perceel bemoeilijken

Een risicogrond kan bestaan uit meerdere percelen. Men evalueert de onderzoeksplicht altijd op perceelsniveau, ook als de activiteiten zich op meerdere percelen situeren. In de praktijk zijn, uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen bijvoorbeeld, niet alle risico-inrichtingen duidelijk toe te wijzen aan 1 perceel. De meeste inrichtingen behoren doorgaans tot de milieutechnische eenheid gesitueerd over de verschillende percelen. Men vermijdt best dat bij toekomstige kadastrale wijzigingen de administratieve informatie van dezelfde risico-inrichtingen telkens opnieuw moet worden beoordeeld.  

De milieutechnische eenheid vormt een duidelijke basis

Men spreekt van een milieutechnische eenheid wanneer het gaat om fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en/of handelingen die noodzakelijk verbonden zijn, integraal als samenhangend te beschouwen zijn, waarbij elk afzonderlijk niet kan worden afgesplitst zonder impact op de werking van het geheel. Als een risico-inrichting op meerdere kadastrale percelen wordt of werd geëxploiteerd, waarbij er sprake is van een milieutechnische eenheid, wordt geoordeeld dat zich op alle betrokken percelen risico-inrichtingen bevinden/bevonden. Daarnaast moeten ook steeds de lozingspunten en andere potentiële verontreinigingsbronnen die buiten de onderzoekslocatie gesitueerd en verbonden zijn aan de exploitatie, onderzocht worden.

Duidelijk voor alle partijen, zowel nu als in de toekomst

Meestal kan pas na een terreinbezoek de milieutechnische situatie nader uitgeklaard worden op perceelsniveau. Als alle potentiële verontreinigingsbronnen gekend én gelokaliseerd zijn kan een bodemsaneringsdeskundige op basis van haar expertise oordelen dat een perceel binnen deze milieutechnische eenheid geen risicogrond is. Of alle potentiële bronnen werkelijk in kaart zijn gebracht is echter niet voldoende duidelijk voor alle gemeenten, waardoor uit voorzorg dergelijke percelen meestal niet geschrapt worden. Dergelijke beoordeling vraagt de nodige bodemexpertise en praktijkervaring. De milieuambtenaren kunnen zich enkel beroepen op de beschikbare administratieve gegevens en hun terreinkennis, waarbij de milieutechnische eenheid de basis vormt.

In zulke gevallen adviseren wij te motiveren dat geen veldwerk noodzakelijk is om een uitspraak 'geen verdere maatregelen' te kunnen doen, binnen het oriënterend bodemonderzoek of via een apart administratief oriënterend bodemonderzoek.

Op deze manier blijven we samen werken aan kwaliteitsvolle bodeminformatie.