Hoe omgaan met de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater (GSVH) in bodemsaneringsprojecten – motivering tot afwijking van de GSVH

  • 17 december 2019

Onder paragraaf 6.4 van de standaardprocedure bodemsaneringsproject wordt het toepassingsgebied vermeld, alsook een drietal uitzonderingsgevallen waarbij (delen van) constructies of verhardingen niet onder de GSVH vallen. Verder verwijst deze paragraaf naar www.watertoets.be en de aan het BSP toe te voegen ingevulde aanstiplijst.

Motivering tot afwijking

Artikel 13 van de GSVH vermeldt dat in uitzonderlijke omstandigheden het vergunningverlenende bestuursorgaan afwijkingen kan toestaan van de verplichtingen van de verordening. Een afwijking kan alleen toegestaan worden als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van hergebruik of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is.

Na een ontgraving waarbij er restverontreiniging is achtergebleven, is het meestal niet aangewezen om infiltratie ter hoogte van de restverontreiniging te voorzien. Dergelijke gevallen kan de OVAM beschouwen als uitzonderlijke omstandigheden waarbij men – zelfs al wordt er meer dan 40m2 verharding (her)aangelegd op een terrein van meer dan 250m2 – kan motiveren om af te wijken van de verplichtingen van de GSVH.

Als u een afwijking op de GSVH vraagt in het bodemsaneringsproject, motiveert u deze onder de paragraaf 6.4 van het rapport. U verwijst hierbij naar artikel 13 van de GSVH.

Als u het standaardformulier 'aanstiplijst' gebruikt, kan u bij de vraag 32 verwijzen naar de in het BSP opgenomen motivering.

Meer info

www.ruimtelijkeordening.be/Verordeningen/Hemelwater