Informatie uit de gemeentelijke inventaris op het bodemattest

Op het bodemattest vermeldt de OVAM of zij over de grond informatie heeft uit de gemeentelijke inventaris.

Geen informatie beschikbaar

AIs de grond niet is opgenomen in het grondeninformatieregister, betekent dit automatisch dat de OVAM geen gegevens heeft uit de gemeentelijke inventaris. Het bodemattest vermeldt in dit geval:

  • “De OVAM heeft geen aanwijzingen dat de grond een risicogrond is.”

Als de grond wel is opgenomen in het grondeninformatieregister maar de OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris, vermeldt het bodemattest:

  • ”De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens heeft uit de gemeentelijke inventaris.”

Als het perceel opgenomen is in het grondeninformatieregister en de gemeente heeft bevestigd dat er op de grond tot een bepaalde datum geen risico-inrichtingen aanwezig waren, vermeldt het bodemattest:

  • “Volgens gemeentelijke informatie waren tot dd.mm.jjjj geen risico-inrichtingen aanwezig op deze grond. De OVAM heeft sindsdien geen aanwijzingen dat deze grond een risicogrond is.”

In sommige gevallen is een grond niet opgenomen in de gemeentelijke inventaris maar vermeldt het bodemattest dat de OVAM beschikt over informatie dat aantoont dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting of een hinderlijke inrichting met inventarisatieplicht aanwezig was.

  • “De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris. Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig was. “
  • “De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris. Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een hinderlijke inrichting aanwezig was met inventarisatieplicht.”

Bij de gemeente is steeds na te vragen of er gegevens beschikbaar zijn om uit te sluiten of het geen risicogrond is.

Grond is een risicogrond

Indien het perceel is opgenomen als risicogrond in de gemeentelijke inventaris en dit werd uitgewisseld met de OVAM, dan vermelden we dit uitdrukkelijk op het bodemattest: 

  • “Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond een risico-inrichting aanwezig is of was. Bijgevolg is deze grond een risicogrond.”. 

In dit geval is bij overdracht een oriënterend bodemonderzoek verplicht.

Indien de OVAM over andere informatie beschikt waaruit blijkt dat de grond een risicogrond kan zijn (vb. via inventarisatiestudies), wordt op het bodemattest vermeld dat er op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig was.

Grond met inventarisplicht

Een inrichting  waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946 wordt niet beschouwd als risico-inrichting! Maar de gronden waarop uitsluitend een activiteit werd uitgeoefend ingedeeld onder VLAREBO-categorie 'I'  moeten wel worden opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Zo moet een gasfabriek, waarvan de inrichting is gestopt voor 11 februari 1946, niet aanzien worden als een risico-inrichting. De gemeente zal deze grond wel opnemen in de gemeentelijke inventaris, omdat deze activiteit valt onder de categorie 'I'. Dit wordt zo vermeld op het bodemattest:

  • “Deze grond is opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond een hinderlijke inrichting met inventarisatieplicht aanwezig was. Wegens de stopzetting van de activiteiten voor 11.02.1946 is de grond evenwel geen risicogrond.”

In dit geval is geen oriënterend bodemonderzoek nodig in kader van een overdracht. De OVAM kan vervolgens, op basis van een prioriteitsbepaling en binnen de beschikbare middelen, via een programmatorische aanpak de nodige bodemonderzoeken en de eventuele noodzakelijke maatregelen uitvoeren op deze gronden.

Indien er bij de OVAM ook nog andere informatie is dat er op de grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig is of was, vermeldt het bodemattest:

  • “Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig is of was. Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond eveneens een hinderlijke inrichting aanwezig was, gestopt voor 11.02.1946. Bijgevolg is deze grond opgenomen in de gemeentelijke inventaris.”

Ook in het geval van een attest met enkel vermelding van een inventarisplicht moet bij de gemeente worden nagegaan of er bijkomende gegevens van risicogronden beschikbaar zijn.

Bodemattest voor deel van een perceel

Indien het bodemattest handelt over een deel van een perceel, gaat de informatie vermeld op het bodemattest onder het luik 'gemeentelijke inventaris' nog steeds over de informatie voor het volledige perceel. Een risicogrond is een uitspraak op perceelsniveau.

Eén van de voorwaarden om niet-verontreinigde delen van percelen te kunnen overdragen is dat er zich geen risico-inrichtingen bevinden op dit deel van het perceel. De notaris moet deze voorwaarde nagaan voor het deel van het perceel. Voor alle andere voorwaarden verwijzen we naar de richtlijnen bij overdracht van delen van percelen.

Indien gewenst kan een gemotiveerde verklaring 'geen risicogrond' ingediend worden voor het deel van het perceel. Ook hier zal steeds de bevestiging van de gemeente nodig zijn vooraleer de informatie van risico-inrichtingen kan worden aangepast in het grondeninformatieriegister voor dat betrokken deel.