Investeringssubsidies lokale overheden


Thuiscompostering
Vaten of opstellingen geschikt voor thuiscompostering. Toebehoren van compostvaten zoals o.a. keukenemmers, compoststarters en reserveonderdelen kunnen niet in aanmerking genomen worden voor subsidiëring.
De kunststof compostvaten en compostbakken moeten voor minstens 80% bestaan uit gerecycleerde materialen.
Het hout gebruikt voor compostbakken moet van duurzame oorsprong zijn, zijnde FSC-label of gelijkaardig.

Voor meer info: zie artikel 2 van het Ministerieel Besluit

Investeringen in het kader van projecten duurzame afvalvoorkoming
Onder deze categorie gaat het om aankopen en investeringen die deel uitmaken van een specifieke aanpak of project dat in dienst staat van het afvalpreventiebeleid, selectieve inzameling of de bevordering van de circulaire economie. Het kan daarbij gaan om: chipkaarten, registratiekaarten, badges, terminals, registratieapparatuur, soft- en hardware, containers, persen, compactoren, infrastructuur of bepaalde voorzieningen die nodig zijn voor het sluiten van materiaalkringlopen of de circulaire economie in het algemeen.
Ook investeringen in herbruikbare bekers komen in aanmerking voor subsidiëring.

Voor meer info: zie artikel 3 van het Ministerieel Besluit


Huis-aan-huis inzameling
Recipiënten en identificatiemogelijkheden voor de inzameling van huishoudelijk afval worden betoelaagd indien ze onderdeel vormen van een diftarsysteem. De recipiënten moeten voor minstens 50% bestaan uit gerecycleerde materialen. Containers voor de inzameling van papier & karton komen niet in aanmerking voor subsidiëring.
Indien geen nieuwe containers worden aangekocht zijn desgevallend ook de aanpassingskosten aan bestaande containers ten behoeve van het diftarsysteem subsidieerbaar.

Ook de meerkosten van het plaatsen van een beladingssysteem op een vrachtwagen nodig voor een systeem van gewichtsdiftar komt in aanmerking voor subsidiëring. De aanschaf van een vrachtwagen zelf komt niet in aanmerking.

Voor meer info: zie artikel 4 van het Ministerieel Besluit

Brengsystemen
Het betreft zowel ondergrondse, gedeeltelijk ondergrondse als bovengrondse brengsystemen. Deze brengsystemen vormen een onbemand volwaardig alternatief voor de gebruikelijke huis-aan-huisinzameling en deze eventueel volledig of gedeeltelijk kunnen vervangen vanaf hun ingebruikname.
Bovengrondse containers voor de inzameling van glas komen niet in aanmerking voor subsidiëring vermits deze via andere subsidiekanalen reeds volledig gesubsidieerd worden.

Voor meer info: zie artikel 5 van het Ministerieel Besluit

Bijkomende selectieve inzameling gft
Lokale besturen in een groenregio die voor het eerst op (een deel van) hun grondgebied starten met een gft-inzameling met als doel hun restafvalcijfers te doen dalen, kunnen zowel beroep doen op de subsidies voor de aankoop en uitrusting van diftarrecipiënten voor huis-aan-huisinzameling als op een startsubsidie gedurende twee jaar.
Om een voldoende daling van de restafvalcijfers mogelijk te maken moet de nieuwe selectieve inzameling minstens gestart worden op 75% van het grondgebied. Dit kan eventueel wel stapsgewijs opgezet worden.

Het is bijgevolg aangewezen dossiers in te dienen per aparte gemeente of aparte cluster van gemeenten in functie van de verwachte realisatietermijn bijv. binnen de 2 jaar. De 75% van het grondgebied geldt dan alleen voor die aparte gemeente of cluster van gemeenten en niet voor het volledige werkingsgebied van de intercommunale.

Voor meer info: zie artikel 6 van het Ministerieel Besluit

Recyclageparken (+ mini-recyclageparken + mobiele)

Voor de subsidiëring van recyclageparken wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone diftarrecyclageparken en vaste en mobiele minirecyclageparken.
Op diftarrecyclageparken zijn volgende zaken subsidieerbaar:

  • infrastructuurwerken en receptie-infrastructuur
  • diftaruitrusting (weegbruggen, slagbomen, identificatiepalen, hardware n software,…)
  • voorzieningen voor de tijdelijke opslag van afvalstoffen
  • opslagruimte voor kga
  • persinstallaties, compactoren of andere toestellen die het afval verkleinen.

Voor vaste minirecyclageparken zijn volgende zaken subsidieerbaar:

  • infrastructuurwerken en receptie-infrastructuur. Dit zijn alle noodzakelijke werken en leveringen om het minirecyclagepark te exploiteren, om toegang te voorzien, eventuele receptie-infrastructuur te plaatsen, camerabewaking, omheining,…
  • voorzieningen voor de tijdelijke opslag van recycleerbare afvalstoffen (bigbags, kleine recipiënten,…)

Mobiele minirecyclageparken worden betoelaagd op basis van een maximaal bedrag per dag dat ze ingezet worden gedurende twee jaar. Door hun specifieke aard is het aangewezen om tussen te komen in de startkosten en de kosten voor bekendmaking ervan, eerder dan in de concrete aankoop van materiaal voor een mobiel recyclagepark.

Voor meer info: zie artikel 7 (+ 8, 9 en 10) van het Ministerieel Besluit


Koelinstallaties
Het afvalbeheer in het Vlaamse Gewest bestaat uit een basis dienstverlening overeenkomstig de bepalingen van het vigerende uitvoeringsplan voor huishoudelijke afvalstoffen. Daarnaast zijn er een aantal specifieke afvalstoffen die een bijzondere infrastructuur vereisen omwille van hun aard en samenstelling en die niet in elke gemeente worden ingezameld. Het inzamelen van krengen en dierlijk afval, zoals krengen van verkeerslachtoffers en overleden huisdieren, kan in een intergemeentelijk samenwerkingsverband georganiseerd worden. Hiervoor moet een specifieke milieuvergunning bekomen worden. Het inzamelen van dergelijke afvalstoffen moet gebeuren in een koelcontainer en de afvoer moet gebeuren naar een specifieke vergunde verwerkingsinstallatie.

Er is één koelinstallatie per intergemeentelijk samenwerkingsverband van 100.000 inwoners subsidieerbaar.

Voor meer info: zie artikel 11 van het Ministerieel Besluit

Investeringen alternatief transport (transportcontainers vervoer over spoor/water)
Inzake transport van afvalstoffen betekent een steeds groter wordende verwerkingscapaciteit per installatie, die bovendien in vele gevallen steeds verder van het punt van inzameling gesitueerd is, dat alternatieven voor wegtransport een oplossing kunnen zijn voor het steeds intensievere wegtransport. De containers die gebruikt worden voor trein- of watertransport en die gemakkelijk van een type transport naar een ander type transport kunnen overgeladen worden, zijn merkelijk duurder in aankoop. Het zijn alleen dergelijke containers waarvoor subsidies verleend worden. Vaak moeten de lokale besturen daarbij over meerdere sets van containers beschikken: één bij de laadplaats, één bij de losplaats, één tijdens het transport en een reserveset. Er worden geen subsidies verleend voor de aanleg van laad- en loskaden en gebouwen, voor laad- en loskranen, voor treinwagons,… Een perscontainer of persinstallatie om het gebruik van de containers te optimaliseren, komt wel in aanmerking voor subsidie.

Voor meer info: zie artikel 12 van het Ministerieel Besluit


Zwerfvuil en sluikstortbeleid
Straatafvalbakken en recipiënten specifiek voor sigarettenpeuken of hondenpoep komen in aanmerking voor subsidiëring.
Ook diverse voorzieningen ter ondersteuning van het zwerfvuil- en sluikstortbeleid in het kader van een project openbare reinheid komen in aanmerking voor subsidiëring. Voorbeelden van voorzieningen zijn camera-installaties, afvalcontainers voor het afzonderlijk bijhouden van ingezameld sluikstort en zwerfvuil met het oog op een betere monitoring ervan,…

Voor meer info: zie artikel 20 en 21 van het Ministerieel Besluit

Sorteeranalysen

Het uitvoeren van sorteeranalyses van huisvuil als ondersteuning van het lokaal en Vlaamse afvalbeleid met als doel informatie te verstrekken om de restafvaldoelstellingen te realiseren komt in aanmerking voor subsidiëring.

Om te garanderen dat het resultaat interpreteerbaar en vergelijkbaar is met de meest recente sorteeranalyses van huisvuil van het Vlaamse Gewest, wordt een vergelijkbare methodologie gevolgd.

De kosten voor de uitvoering van de sorteeranalyse komen in aanmerking voor subsidiëring.
Het subsidiepercentage bedraagt 50% van de kosten voor de uitvoering van de sorteeranalyse.

De OVAM stelt een statistisch correcte steekproef ter beschikking die statistische correcte resultaten oplevert op intercommunaal niveau. Indien een intercommunale of gemeente op meer detailniveau statistisch correcte resultaten wil bekomen (bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau, wijkniveau…) dient zij zelf de steekproef te nemen. De kosten voor deze steekproefname worden eveneens voor 50% gesubsidieerd. Om vergelijkbaarheid van de resultaten te verzekeren moet in de mate van het mogelijke het technisch gedeelte van het bestek van de meest recente sorteeranalyse gevolgd worden, met uitzondering wat uit te sorteren fracties en periodiciteit betreft:
Sorteeranalyses komen slechts eenmaal om de 5 jaar voor eenzelfde onderzocht gebied in aanmerking voor subsidiëring.

Voor meer info: zie artikel 21/1 van het Ministerieel Besluit

Taken verenigingen steden en gemeenten

In het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval worden verenigingen van steden en gemeenten voor bepaalde acties aangeduid als trekker. Het betreft acties ter ondersteuning van lokale besturen. Voor de uitvoering van deze acties, wordt subsidiëring voorzien.

Het subsidiepercentage bedraagt 50% van de door OVAM aanvaarde kosten verbonden aan de uitvoering van de actie. Alleen kosten direct gelinkt aan de uitvoering van de actie uit het uitvoeringsplan komen in aanmerking voor subsidiëring. Deze kosten omvatten zowel investeringskosten, werkingskosten, directe loonkosten als externe prestaties, exclusief BTW.

De subsidieerbare periode is de tijd die conform het uitvoeringsplan nodig is om de actie uit te voeren.

Voor meer info: zie artikel 22 van het Ministerieel Besluit

Voorvergistingsinstallaties
Installaties voor de productie van biogas, groen gas of elektriciteit en/of warmte uit dergelijk gas, gekoppeld aan aerobe composteerinstallaties voor GFT-afval, al dan niet aangevuld met organisch-biologisch bedrijfsafval.
De subsidieerbare materie omvat alle noodzakelijke infrastructuur- en uitrustingswerken die noodzakelijk zijn om een bedrijfsklare installatie te realiseren, de hierna vermelde opsomming van voorzieningen is dan ook niet limitatief. Vooropgestelde voorzieningen:

  • Ontvangstterrein en alle noodzakelijke wegeninfrastructuur;
  • Voorbewerkingshal;
  • Vergistingstanks en eventuele gasopslag;
  • Gasmotoren en elektriciteitscabines;
  • Biofilterinstallatie;
  • Waterzuiveringsinstallatie;
  • Gasopwerkingsinstallatie;
  • Alle noodzakelijke elektromechanische uitrusting en rollend materieel zoals o.a. verkleiningstoestellen, transportbanden, laadschop of –kraan, keertoestellen of keersysteem, persen, pompen, zeefinstallatie…

Voor meer info: zie artikel 23 van het Ministerieel Besluit