Inzameling van restafval bij bedrijven

Regelgeving inzamelen van restafval bij bedrijven

Als inzamelaar, handelaar of makelaar (IHM) van afvalstoffen heeft u een bijzondere positie in de afvalketen. Enerzijds heeft u een direct contact met klanten die hun afvalstoffen correct moeten aanbieden, anderzijds bepaalt u voor een groot deel hoe de afvalstoffen verder verwerkt zullen worden. Bij het inzamelen van restafval bij bedrijven is er bijzondere zorg vereist. De laatste wijziging van het ‘Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen’ (Vlarema) bepaalt heel specifieke regels omtrent de inzameling van bedrijfsrestafval. De meeste van deze regels gaan in vanaf 1 september 2021.

De nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk aan de bron selectief wordt ingezameld en de restfractie zo klein mogelijk blijft. Dat vereist heel wat inspanningen van u als IHM. Het voordeel is wel dat als u de regels correct volgt, u zeker bent dat het afval dat u toch naar verbranding afvoert aan het verbrandingsverbod voldoet. De regels zorgen zo voor een gelijk speelveld en rechtszekerheid. Deze webpagina zet de belangrijkste regels op een rijtje in eenvoudig taalgebruik. Let wel, om zeker te zijn dat u steeds up-to-date en volledig op de hoogte bent van de regelgeving, is het best ook op regelmatige basis de wetgeving zelf te raadplegen.

Op deze webpagina:

 

 

Waar vind ik de wetgeving?

De belangrijkste regels wat betreft het inzamelen en verwerken van bedrijfsrestafval staan in het Vlarema, meer bepaald in afdeling 5.5. “bepalingen over het beheer van bedrijfsrestafval”. Ook in hoofdstuk 6 vindt u een aantal artikels die betrekking hebben op het bedrijfsrestafval, in het bijzonder artikel 6.1.1.4. Tot slot is ook het verbrandingsverbod in artikel 4.5.2 relevant.

De meeste nieuwe regels gaan in vanaf 1 september 2021.

Toepassingsgebied van de wetgeving

Bedrijfsrestafval is in Vlarema gedefinieerd als “de fractie van bedrijfsafvalstoffen die niet selectief wordt aangeboden of ingezameld”.
In Vlaanderen is er een verplichte selectieve inzameling voor de fracties vermeld in artikel 4.3.2 van het Vlarema. In principe zouden deze fracties nooit in het restafval aanwezig mogen zijn. Het restafval bestaat dus normaal voornamelijk uit een mengeling van de overblijvende afvalfracties die niet verplicht te sorteren zijn. Daarnaast kan het natuurlijk zijn dat sommige bedrijven niet (correct) sorteren. In dat geval zullen er in het restafval ook afvalstoffen te vinden zijn die eigenlijk selectief moesten worden ingezameld. Afdeling 5.5 heeft net als doel om gebrekkige selectieve inzameling aan de bron tegen te gaan en geeft in detail weer hoe de inzamelaar (en verwerker) moet omgaan met bedrijfsrestafval waar nog te veel afval in zit dat er niet in thuis hoort.
De regels zijn in de eerste plaats belangrijk voor elke IHM van bedrijfsrestafval. Ook wie als vergunde verwerker bedrijfsrestafval op de site verwerkt (opslaan, nasorteren, …) wordt door de regelgeving gevat. Ook voor eindverwerkers van bedrijfsrestafval (vnl. verbrandingsinstallaties) is de wetgeving belangrijk.

In bepaalde situaties zou er twijfel kunnen zijn of de regelgeving wel of niet van toepassing is. Er zijn ook een heel beperkt aantal expliciete uitzonderingen in de wetgeving.

Meer info over deze specifieke gevallen van het toepassingsgebied van afdeling 5.5.

De informatieplicht en contractplicht

De eerste belangrijke taak van een IHM is om de eigen klanten te informeren over de sorteerplicht. Dat moet gebeuren op maat van de klant. Bedrijven zijn verplicht om verschillende afvalstoffen selectief aan te bieden (artikel 4.3.2 van het Vlarema). Deze afvalstoffen mogen niet met het restafval worden meegegeven en dit moet duidelijk gemeld worden aan de klant. Foutieve informatie verspreiden over de bronsortering of klanten ertoe aanzetten om verplicht te sorteren afval in het restafval te gooien, is een ernstig misdrijf.

Naast deze algemene regels en principes, moet de IHM met elke klant waarbij hij restafval inzamelt een contract hebben waarin de sorteerplicht expliciet vermeld wordt. Alle afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen worden daarin opgesomd, met de vooropgestelde inzamelwijze voor de stromen die vrijkomen en de vermelding dat dit afval niet in het restafval thuis hoort.

De visuele controle bij uw klanten: ophaalrondes en individuele inzamelingen

De IHM van het bedrijfsrestafval heeft ook een belangrijke taak bij de ophaling zelf. Hij moet elk recipiënt bij elke ophaling controleren op sorteerfouten. Hoe dat precies moet gebeuren verschilt tussen ophaalrondes en individuele ophalingen.

Tijdens ophaalrondes waarbij het restafval van meerdere klanten wordt opgehaald, moet de controle gebeuren ter plekke bij de klant. Bij rolcontainers bijvoorbeeld wordt verwacht dat de ophaler het deksel licht en de oppervlakte van het recipiënt bekijkt. Ook doorzichtige zakken moeten worden geïnspecteerd.  

Bij individuele ophalingen per klant (bv. afzetcontainers) is het ook mogelijk dat u reeds bij de klant sorteerfouten opmerkt. U mag het afval dan uiteraard steeds weigeren. Als u het afval wel meeneemt, moet het recipiënt steeds nog naar een vergunde site worden gebracht en worden uitgekipt om de controle op de sorteerplicht daar grondig te kunnen doen.

Als er bij de visuele controle een sorteerfout wordt opgemerkt, moet u steeds een non-conformiteit opmaken en noteren in een non-conformiteitenregister. Enkel bij eenmanszaken zonder rechtspersoonlijkheid hoeft u geen non-conformiteit op te maken. U kunt als IHM gebruik maken van het centraal non-conformiteitenregister bij de OVAM. U kunt ook een eigen register bijhouden, maar u moet dan wel een opgelegd formaat gebruiken. Ook weigeringen moeten steeds expliciet vermeld worden in dit register. Het non-conformiteitenregister kan te allen tijde worden opgevraagd door de OVAM of door handhavers in functie van controles. Meer info over het non-conformiteitenregister. U vindt er ook hoe u zich aanmeldt om gebruik te maken van het centraal register alsook het verplicht sjabloon indien u een eigen register wil bijhouden.

Wanneer een sorteerfout wordt opgemerkt, is het tot slot erg belangrijk dat de afvalstoffenproducent op de hoogte wordt gebracht van deze fout. U houdt de nodige bewijzen ter beschikking over dit signaal naar de klant. Best bespreekt u ook meteen samen met de klant hoe vermeden kan worden dat deze afvalstoffen in de toekomst nog foutief in het restafval belanden.

Vervolgacties in geval van sorteerfouten bij ophaalrondes

Indien u bij de visuele controle een sorteerfout opmerkt, stelt de vraag zich wat u vervolgens met het afval moet doen. De regels zijn ook hier verschillend tussen ophaalrondes en individuele ophalingen per klant. We gaan eerst in op de ophaalrondes.

Indien u tijdens een ophaalronde gevaarlijk afval opmerkt in het restafval, is de conclusie simpel. Dit afval moet geweigerd worden en blijven staan bij de klant. U informeert de klant dat het gevaarlijk afval uit het restafval moet. Het restafval kan vervolgens bij de volgende ophaling opnieuw worden aangeboden. Het gevaarlijk afval moet uiteraard selectief worden afgevoerd. Zoals hierboven vermeld, moet er ook een non-conformiteit worden genoteerd in het register en ook een expliciete vermelding dat er een weigering is gebeurd.

In geval van andere sorteerfouten heeft u drie keuzes:

  1. Bij voorkeur volgt u dezelfde procedure als bij gevaarlijk afval. Het afval weigeren is het meest duidelijke signaal naar de klant en de snelste manier om tot een goede bronsortering te komen. U noteert vervolgens de non-conformiteit en de weigering in uw (eigen) non-conformiteitenregister. U houdt deze informatie bij. Deze kan steeds opgevraagd worden door een handhaver of door de OVAM. Indien u  tijdens de ophaalronde consequent weigert afval met sorteerfouten mee te nemen, mag vervolgens de vracht rechtstreeks naar verbranding worden afgevoerd.
  2. U neemt het afval mee, maar u geeft de non-conformiteit door via het centraal non-conformiteitenregister van de OVAM. Deze klanten kunnen dan vervolgens (sneller) bezoek krijgen van een handhaver. U mag met de vracht vervolgens rechtstreeks naar verbranding.
  3. U neemt het afval mee en noteert de non-conformiteit in uw (eigen) non-conformiteitenregister. U houdt deze informatie bij. Vervolgens sorteert u de volledige vracht na en zorgt u dat het afval voldoet aan dezelfde resultaatsvoorschriften zoals bij individuele ophalingen (zie verder). Dit alvorens het afval naar verbranding af te voeren.

Merk op dat bij sorteerfouten uw klant nog altijd in overtreding blijft en ongeacht de gekozen optie steeds een signaal moet krijgen dat er een sorteerfout is gebeurd.

Vervolgacties in geval van sorteerfouten bij individuele inzamelingen

Voor het restafval afkomstig van individuele inzamelingen, is de regelgeving eenvoudiger. Afval weigeren is uiteraard steeds mogelijk, indien u reeds bij de klant ter plekke sorteerfouten hebt opgemerkt. Meestal zal u de sorteerfouten evenwel pas opmerken nadat het afval is uitgekipt op een vergunde site. U moet elke sorteerfout uiteraard nog steeds noteren in het non-conformiteitenregister en de klant een signaal geven.

Verder moet dit restafval van individuele inzamelingen simpelweg voldoen aan bepaalde resultaatsvoorschriften alvorens het naar verbranding wordt afgevoerd. Per 10m³ restafval die naar verbranding wordt afgevoerd zijn er voor de verschillende afvalstoffen die eigenlijk onder de sorteerplicht vallen, een maximaal aantal stuks of volumes bepaald die nog in het restafval aanwezig mogen zijn. Indien deze resultaatsvoorschriften niet gehaald worden door een goede sortering aan de bron, zal u het afval moeten nasorteren om hieraan te voldoen alvorens het naar verbranding wordt afgevoerd.

Resultaatsvoorschriften voor het restafval dat naar verbranding wordt afgevoerd

Restafval afkomstig van individuele inzamelingen moet dus voldoen aan bepaalde resultaatsvoorschriften alvorens het naar verbranding mag worden afgevoerd. Voor restafval van ophaalrondes kan dit ook het geval zijn, indien voor de optie nasortering werd gekozen.

De concrete resultaatsvoorschriften die gehaald moeten worden, gelden voor elke willekeurige partij van 10 m³ bedrijfsrestafval, ongeacht de dichtheid, die naar verbranding wordt afgevoerd of verbrand. De maximale hoeveelheden afvalstoffen die nog in dit restafval mogen zitten zijn de volgende:
 
Tot 1 januari 2023:

  • maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 1 m²;
  • maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 1 m²;
  • maximum drie stukken stammig groenafval met een lengte van meer dan 1 m;
  • maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 1 m² of met een lengte van meer dan 1 m;
  • maximum 3 drie stukken recycleerbaar textielafval met een oppervlakte van meer dan 1 m²;
  • maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 1 m²;
  • maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 60 liter;
  • maximum drie stukken recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 1 m²;
  • nul doorzichtige zakken gevuld met PMD;
  • nul doorzichtige zakken gevuld met EPS;
  • nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, afvalbanden en asbestcement en asbesthoudende afvalstoffen;

Vanaf 1 januari 2023:

  • maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
  • maximum dertig liter samen verpakt papier en karton;
  • maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
  • maximum dertig liter samen verpakt houtafval;
  • maximum drie stukken groenafval met een lengte van meer dan 0,5 m;
  • maximum zestig liter samen verpakt groenafval;
  • maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 0,25 m² of met een lengte van meer dan 1 m;
  • maximum drie stukken recycleerbaar textielafval met een oppervlakte van meer dan 0,25 m²;
  • maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
  • maximum zestig liter puinafval;
  • maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 30 liter;
  • maximum drie stukken EPS en recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
  • maximum vijftig stukken PMD;
  • nul afvalbanden;
  • nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, asbestcement en asbesthoudende afvalstoffen.

Afval in gesloten zakken telt mee voor het behalen van deze resultaatsvoorschriften. Tot 1 januari 2023 tellen evenwel enkel de zakken mee groter dan 60 liter.

Soms is de recycleerbaarheid van papier en karton, bepaalde kunststoffen en textiel niet zo makkelijk in te schatten. Meer info over welke toepassingen en in welke omstandigheden deze stromen precies als recycleerbaar of niet-recycleerbaar worden beschouwd.

Het behalen van de resultaatsvoorschriften doet u best zoveel mogelijk door middel van een doorgedreven bronsortering. Indien nasortering toch nodig is, moet u rekening houden met een aantal voorwaarden die in de wetgeving staan omschreven (artikel 5.5.4.4. van het Vlarema). Vooral het verkleinen/shredderen van afval voorafgaand aan de nasortering tot een minimum beperkt worden.

Samenvattend stroomschema

De twee onderstaande stroomschema’s vatten in een notendop nog eens alle stappen samen die u moet ondernemen bij het inzamelen, handelen en makelen van bedrijfsrestafval.


Stroomschema bij afhaalrondes

stroomschema bij afhaalrondes

 

Stroomschema bij individuele inzamelingen

Stroomschema bij individuele verzamelingen

Transparantie en samenwerking in de keten

Bij het beheer van bedrijfsrestafval is het belangrijk dat u kunt aantonen dat u de nodige stappen onderneemt om te voldoen aan deze nieuwe regelgeving. U bent verplicht over een uitgeschreven procedure te beschikken en de nodige bewijsstukken bij te houden om aan te tonen dat de procedure ook gevolgd wordt.

Verschillende IHM’s van bedrijfsrestafval en vergunde verwerkers kunnen samenwerken om aan deze regels te voldoen. Zo kunt u bijvoorbeeld afval inzamelen en zelf de visuele controles doen, maar met een partner samenwerken die het afval nasorteert indien nodig om aan de resultaatsvoorschriften te voldoen. Dergelijke samenwerking moet contractueel worden vastgelegd, met daarin vermeld over welke vrachten restafval het precies gaat en welke actor welke verantwoordelijkheden precies opneemt. Bij onduidelijkheid zijn alle spelers in de keten verantwoordelijk voor alle onderdelen van deze regelgeving.

Meer info en vragen

Naast de informatie op deze webpagina, kunt u ook een kijkje nemen in de brochure die hiernaast te downloaden is. Deze bevat grosso modo dezelfde informatie. U kunt ook bijkomende informatie vinden over het toepassingebied van de wetgeving, over de recycleerbaarheid van bepaalde materialen en over het non-conformiteitenregister. Daarnaast kunt u ook steeds de wetgeving raadplegen.

Indien u na het doornemen van deze informatie toch nog met vragen zit, kunt u deze stellen via dit contactformulier.