Melden van de vaststelling van bodemverontreiniging: ik ben een gemeente

Ontvangt u als gemeente een melding van mogelijke bodemverontreiniging die niet binnen de schadegevallenprocedure kan aangepakt worden, ga dan eerst na of er effectief sprake is van bodemverontreiniging die aan de OVAM gemeld moet worden.

U kan hiervoor volgende acties uitvoeren:

  • Terreinbezoek:

    • Voer een visuele inspectie uit en let op geurwaarnemingen van de bodem.
    • Voer indien mogelijk een handboring uit of schep oppervlakkige grond af.
    • Heeft u een contract met een erkende bodemsaneringsdeskundige (eventueel via de provincie) dan kan u analytische vaststellingen overwegen.
  • Identificatie van de (mogelijke) bron van de verontreiniging:
    • Leg indien noodzakelijk maatregelen op om de bron of het lek zo spoedig mogelijk te stoppen.
  • Vorder indien noodzakelijk de brandweer of Civiele Bescherming.
  • Ga na of het gaat om bodemverontreiniging die binnen de schadegevallenprocedure kan opgevolgd worden (Schadegevallen).
  • Ga na welke maatregelen eventueel reeds ondernomen werden door de bewoner, exploitant, gebruiker of eigenaar.
  •  …

Voldoende aanwijzingen van effectieve bodemverontreiniging

Is er sprake van effectieve bodemverontreiniging (zie voorwaarden 'Opname Grondeninformatieregister) en is het bronperceel gekend dan kan u de beschikbare informatie overmaken aan de OVAM. U gebruikt hiervoor het meldingsformulier dat u terug vindt rechts op deze pagina onder ‘Ook interessant voor u’. 

De OVAM bekijkt vervolgens of zij voldoende informatie heeft om de melding op te nemen in het Grondeninformatieregister.

Bij visuele vaststellingen van asbest in de bodem moet het duidelijk zijn dat er effectief sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Dit kan door een representatieve steekproef monstername om te bewijzen dat er sprake is van bodemverontreiniging (concentratie asbest in de bodem > 100 mg/kg ds).

Onvoldoende aanwijzingen van effectieve bodemverontreiniging

Het incident moet in dit geval niet aan de OVAM gemeld worden. De beschikbare informatie is namelijk ontoereikend om het terrein te kunnen opnemen in het Grondeninformatieregister.

Heeft een plaatsbezoek geen duidelijke bodemverontreiniging aangetoond, dan kan u als gemeente volgende stappen uitvoeren:

  • U kan analytische vaststellingen overwegen indien u een contract heeft met een bodemsaneringsdeskundige (of desgevallend via de provincie).
  • U kan de exploitant, gebruiker en/of eigenaar van het terrein informeren over de beschikbare informatie en eventuele vermoedens van bodemverontreiniging.
  • U kan de betrokkenen informeren over de zelfstandige saneringsplicht die bestaat bij nieuwe bodemverontreiniging.
  • U kan de betrokkenen wijzen op de mogelijkheid om vrijwillig en op eigen kosten een erkende bodemsaneringsdeskundige aan te stellen wanneer ze meer zekerheid wensen over de actuele bodemtoestand van hun terrein.
  • U kan verwijzen naar de algemene zorgvuldigheidsplicht (goed huisvaderschap) die inhoudt dat men in voorkomend geval onmiddellijk alle gepaste maatregelen moet nemen om verontreiniging of verdere verspreiding van verontreiniging te voorkomen.
  • Aan betrokkenen die menen schade te ondervinden door handelingen of nalatigheden van derden, kan u meegeven dat zij een procedure overeenkomstig het Burgerlijk wetboek kunnen opstarten. Artikel 1382 en verder van het Burgerlijk Wetboek vormen hiervoor de wettelijke grondslag. Deze procedure verloopt via de rechtbank en staat los van het Bodemdecreet en de OVAM. De betrokkene contacteert hiervoor best zijn verzekeringsmakelaar.

Opname in het Grondeninformatieregister

De OVAM neemt een melding van bodemverontreiniging op in het Grondeninformatieregister (GIR) wanneer er voldaan is aan deze criteria:

  • Het bronperceel (=perceel waarop de bodemverontreiniging tot stand is gekomen) is gekend.
  • De huidige eigenaar(s) en de eventuele huidige exploitant(en) en gebruiker(s) zijn gekend.
  • De aard (nieuw, historisch of gemengd) van de bodemverontreiniging is duidelijk.
  • Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden (voor nieuwe bodemverontreiniging) of er zijn duidelijke aanwijzingen van een ernstige bodemverontreiniging (voor historische bodemverontreiniging).

Via bv. staalnames en analyses moet aangetoond worden dat er effectief sprake is van bodemverontreiniging.

In dit geval neemt de OVAM de betrokken gronden op in het GIR en levert een bodemattest af. 

Zelfstandige saneringsplicht voor nieuwe bodemverontreiniging

Het wettelijk kader voor onderzoek en sanering van verontreinigde gronden is het Bodemdecreet van 27 september 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007.

Bij nieuwe bodemverontreiniging (artikel 9, §2 en 11 van het Bodemdecreet) moet de saneringsplichtige (exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond waar de verontreiniging tot stand kwam) onverwijld een beschrijvend bodemonderzoek uitvoeren als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.
In dat geval ontstaat er een zelfstandige saneringsplicht.
Dit beschrijvend bodemonderzoek moet uitgevoerd worden onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige. Het verslag hiervan moet bij de OVAM worden ingediend.

Na opname in het GIR stuurt de OVAM een informatieve brief naar de saneringsplichtige van de grond met de nieuwe bodemverontreiniging om deze te informeren over zijn zelfstandige saneringsplicht. Een kopie van deze brief wordt verstuurd naar de gemeente.

Door het versturen van de informatieve brief wordt de mogelijke saneringsplichtige geïnformeerd over de verdere noodzakelijke stappen. De saneringsplicht wordt met deze brief niet vastgelegd bij die bepaalde persoon. Wordt een terrein verkocht waarvoor een zelfstandige saneringsplicht bestaat, dan kan het zijn dat de nieuwe eigenaar saneringsplichtig wordt. Het is de taak van de notaris om toekomstige kopers hierover te informeren.

Meer informatie over beschrijvende bodemonderzoeken,  over de aard van een bodemverontreiniging en een lijst met alle erkende bodemsaneringsdeskundigen vindt u rechts op deze pagina onder 'Ook interessant voor u'.

Geen opname in het Grondeninformatieregister

De OVAM neemt een melding van mogelijke bodemverontreiniging niet op in het GIR, wanneer er niet voldaan is aan alle criteria vermeld in de Opname in het Grondeninformatieregister.

Wanneer de OVAM over onvoldoende informatie beschikt om een melding van mogelijke bodemverontreiniging op te nemen in het GIR, brengt ze de melder en de gemeente hiervan op de hoogte.

Risicogrond?

Bij de vaststelling van een mogelijke bodemverontreiniging blijkt in sommige gevallen dat er op het terrein inrichtingen worden of werden uitgebaat waardoor de grond moet opgenomen worden als risicogrond (meer info over risicogronden rechts op deze pagina onder 'Ook interessant voor u'). 

Dit is bijvoorbeeld het geval bij de exploitatie van een illegaal drugslabo of bij de illegale opslag van bepaalde afvalstoffen.
In dit geval neemt u de grond op in de Gemeentelijke Inventaris.

De OVAM kan aan de exploitant van de risico-inrichting de verplichting opleggen tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek op de risicogrond.

Volgende informatie dient in dit geval minstens aan de OVAM overgemaakt te worden door een bevoegde instantie (gemeente of politie):

  • Gegevens van het bronperceel (=perceel waarop de bodemverontreiniging tot stand is gekomen).
  • Contactgegevens van de huidige eigenaar(s), exploitant(en) en gebruiker(s) van het bronperceel.
  • Informatie over de vaststellingen, de uitgevoerde (illegale) activiteiten en de specifieke Vlareborubrieken.
  • Bevestiging dat de grond (bronperceel) werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris.
  • Bevestiging of de (illegale) exploitatie werd gesloten of stopgezet.

De bevoegde instantie kan hiervoor het meldingsformulier gebruiken dat u terug vindt rechts op deze pagina onder ‘Ook interssant voor u’.

Voor drugsgerelateerde vaststellingen wordt een onderscheid gemaakt tussen het achterlaten van drugsgerelateerde producten op een terrein van derden en het exploiteren van een illegaal drugslabo. Meer informatie hierover vindt u rechts op deze pagina onder 'Ook interessant voor u'.