Nieuw afwegingskader biobrandstoffen

  • 11 februari 2021

De aangepaste EU-richtlijn hernieuwbare energie voorziet een plafonnering van primaire biobrandstoffen en een doelstelling voor biobrandstoffen op basis van biomassareststromen tegen 2030. Volgens het Nationaal Energie- en Klimaatplan moet circa 7 % van de brandstoffen voor transport geproduceerd worden uit biobrandstoffen van niet-voedingsgewassen, waarvan de helft uit biomassareststromen. Dat zal druk zetten op de toepassing van biomassareststromen in recyclagetoepassingen. 

Om op die vraagstukken te anticiperen heeft de OVAM een afwegingskader ontwikkeld om de beste toepassing voor biomassareststromen te kiezen.

Goed onderbouwd dossier

De inzet van biomassareststromen voor de productie van biobrandstof wijkt af van de vastgelegde verwerkingshiërarchie voor afvalstoffen. Om te oordelen of die afwijking maatschappelijk verantwoord is, is een beleidsmatige evaluatie belangrijk. 

Het Materialendecreet bevat daarvoor een procedure (artikel 8). De OVAM heeft een methodologie in een afwegingskader vastgelegd en de procedure van artikel 8 concreter uitgewerkt. Die besteedt nu veel aandacht aan de input van betrokken stakeholders en wetenschappelijke onderbouwing. Zo kan de Vlaamse Regering op basis van een goed onderbouwd dossier een beslissing nemen over de wenselijkheid van het gebruik van specifieke biomassareststromen voor de productie van biobrandstof.

Het afwegingskader en de procedure worden in de loop van dit jaar vertaald in formele documenten.