Stand van zaken (Bodem saneren en beheren)

Het bodembeleid staat in de meeste Europese lidstaten nog in de kinderschoenen. In Vlaanderen niet. Een gezonde bodem is te belangrijk voor de toekomstige generaties en biedt ruimte voor natuur, ondernemen en veilig en gezond leven en wonen. Om dat te verwezenlijken werkt de OVAM al sinds 1996 aan een duurzaam bodembeheer. Sindsdien informeerde de OVAM al meer dan 3.400.000 kopers van panden en gronden en werden deze dankzij een bodemattest beschermd. Daarnaast werden al 33.915 gronden onderzocht en 2675 gronden gesaneerd. Om deze positieve tendens verder te zetten, stelden de OVAM en Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege het voorbije jaar enkele nieuwe instrumenten voor, zoals de regels voor cofinanciering van bodemsanering of een bodembeheerprogramma voor scholen.

Bodemattest beschermt leefmilieu en koper van grond of pand

Sinds de start van het bodemdecreet in 1996 gaat Vlaanderen resoluut voor het vermijden van nieuwe bodemvervuiling en het wegwerken van historische bodemverontreiniging. De OVAM levert ondertussen jaarlijks tussen de 200.000 en 250.000 bodemattesten (link bodemattesten) af. Het bodemattest is in Europa een uniek instrument. Het maakt van de overdracht (link overdrachten) van een grond of pand een cruciaal moment in de bescherming van onze bodem en ons leefmilieu. Tegelijkertijd informeert het en beschermt het de koper.

Aanpak historische bodemerfenis op koers

Een industrieel verleden van meer dan anderhalve eeuw heeft ons met een zware historische bodemerfenis opgezadeld. Bij de start van het Vlaamse bodembeleid in 1996 sprak Vlaanderen de ambitie uit deze erfenis weg te werken tegen het jaar 2036.

Met het aantal bodemonderzoeken en -saneringen (link onderzoeks-en saneringstraject) dat sindsdien door saneringsplichtigen en de OVAM werd uitgevoerd, zitten we op koers om deze doelstelling te behalen. Het totaal aantal potentiële risicogronden in Vlaanderen wordt op 85.000 geraamd. Op maar liefst 33.915 gronden (+/- 40%) voerde de OVAM ondertussen al een eerste oriënterend onderzoek uit.

Als uit het oriënterend onderzoek blijkt dat er een potentieel bodemrisico is, moet een uitgebreider, beschrijvend onderzoek (BBO) uitgevoerd worden om aard en omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. Wellicht zullen 24.000 tot 27.000 gronden een dergelijk onderzoek nodig hebben. Voor 10.290 gronden is dit onderzoek reeds afgerond (+/- 40 %).

Het aantal risicogronden dat uiteindelijk gesaneerd moeten worden, wordt op 11.000 à 12.500 geraamd. Meer dan 4.400 bodemsaneringsprojecten zijn inmiddels ingediend (35 à 40%). In 2675 gevallen is die sanering inmiddels al tot een goed einde gebracht.

Nieuwe aanpak verruimt de scope van het Vlaamse bodembeheer.

Om te garanderen dat ook de volgende jaren het aantal onderzoeken en saneringen op koers blijft, zijn er nieuwe initiatieven gelanceerd. Enkele voorbeelden zijn:

  • de nieuwe regeling voor cofinanciering (link naar webpagina cofinanciering) om saneringsplichtige eigenaars van gronden met een ernstige historische verontreiniging financieel te ondersteunen;
  • een programma voor de aanpak van bodemverontreiniging bij scholen (link naar webpagina protocol scholen);
  • het aantreden van de OVAM als 'huissaneerder'.

Daarnaast ziet de OVAM nog mooie opportuniteiten om het bodembeheer nog verder te verbreden (link aar bodemverbreding). De voorbije jaren trok de OVAM bij haar ambtshalve projecten al de kaart van het geïntegreerd saneren. Dat wil zoveel zeggen als “stem waar mogelijk de sanering af op de nieuwe maatschappelijke functie van het terrein”.

 

Duurzaam bodembeheer is immers veel meer dan zorgen voor een propere bodem. Het is zorgen voor ruimte voor natuur, ondernemen en veilig en gezond leven en wonen.