Storten van afvalstoffen

Storten: de laatste keuze

Vlaanderen wil de productie van afvalstoffen zoveel mogelijk beperken.
Afvalstoffen die toch vrijkomen dient men maximaal en zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken.

Voor sommige afvalstromen is er echter (nog) geen oplossing: ze moeten met zo weinig mogelijk milieuschade gestort of verbrand worden.
Storten is de laatste optie voor het verwerken van afvalstoffen die ook niet verbrand kunnen worden.

Het storten van afvalstoffen kan enkel op vergunde stortplaatsen. De exploitant moet strenge voorwaarden naleven.  U vindt deze voorwaarden in afdeling 5.2.4 van Vlarem II.

In functie van het milieurisico bij het storten zijn er 3 categorieën stortplaatsen:

  • categorie 1-stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen
  • categorie 2-stortplaatsen voor niet-gevaarlijke afvalstoffen
  • categorie 3-stortplaatsen voor inerte afvalstoffen.

In 2018 zijn er nog 10 vergunde stortplaatsen in Vlaanderen die afvalstoffen van derden aanvaarden.

Daarnaast zijn er nog 'monostortplaatsen'. Dit zijn stortplaatsen voor één specifieke soort afvalstof die in grote hoeveelheden vrijkomt.
Een voorbeeld hiervan is een monostortplaats voor drinkwaterslib.

Monostortplaatsen voor baggerspecie vormen een volledig afzonderlijke categorie. Deze stortplaatsen hebben wel een gelijkaardige inrichting als de stortplaatsen categorie 1 en categorie 2.

Stort- en verbrandingsverboden

Om hergebruik van afvalstoffen te stimuleren zijn er stort- en verbrandingsverboden voor sommige afvalstromen. Deze afvalstromen worden vermeld in artikels 4.5.1 en 4.5.2 van het Vlarema.

De link naar de webpagina stort- en verbrandingsverboden vindt u rechts op deze pagina.

Milieuverantwoord storten

Stortplaatsen zijn maximaal ingericht om milieuhinder voor de omgeving (bodem en grondwater) te beperken.
Ze hebben daarvoor verschillende beschermingslagen.

Stortplaatsen categorie 1 en 2 hebben, van onder naar boven:

  • een 'afsluitlaag' op de bodem. Deze bestaat uit een dikke laag van slecht doorlatende bodemmaterialen (bijvoorbeeld een kleilaag van 5 m dikte), met daarboven een folie. Ook aan de zijkanten van de stortplaats is er een afsluitlaag.
    De afsluitlaag verhindert dat water uit het afval of regenwater dat doorheen de stortplaats loopt de onderliggende bodem vervuilt;

  • een percolaatdrainage boven de afsluitlaag. Water uit de stortplaats wordt via deze doorlatende drainagelaag opgevangen en verzameld. Het opgevangen water wordt vervolgens behandeld in een afvalwaterzuiveringsinstallatie;

  • de ruimtes waar de afvalstoffen gestort worden;

  • 'tussenafdekken' om de gestorte afvalstoffen dagelijks af te dekken zodat er minimale hinder is voor de omgeving;

  • een afdichtlaag boven de zones die volledig volgestort zijn. Deze bestaat uit een slecht doorlatende laag zoals een kleilaag van minstens 0,5 m dikte en een folie daarboven. De afdichtlaag moet vermijden dat regenwater de stortplaats binnensijpelt;

  • een 'eindafdek'. Deze komt boven de afdichtlaag. De eindafdek is minstens 1,5 m dik en bestaat uit een drainagelaag en uit een bewortelingslaag. De bewortelingslaag wordt met gras ingezaaid.

Afgewerkte (dit betekent volgestorte) categorie 3-stortplaatsen hebben een 0,5 m dikke laag van grofkorrelige materialen die als drainagelaag dient. Daarboven komt een eindafdek die uit een minstens 1 m dikke bewortelingslaag bestaat.

Nadat een stortplaats definitief afgewerkt is, is er nog een 30 jaar lange nazorg. In deze periode volgt de exploitant onder toezicht van de overheid de evolutie van de stortplaatsinfrastructuur verder op.
Zo zijn er onder meer verplichte periodieke analyses van het nabije grondwater in de peilputten rond de stortplaats.

Categorie 1-stortplaatsen

Op stortplaatsen categorie 1 worden de meest risicovolle afvalstoffen gestort, met name gevaarlijke afvalstoffen. Soms is het nodig om gevaarlijke afvalstoffen te behandelen voor ze gestort kunnen worden.

Asbestcementafval kan op een (hiervoor vergunde) categorie 1 stortplaats gestort worden.

Afvalstoffen met vrije asbestvezels kunnen op een hiervoor vergunde categorie 1 stortplaats gestort worden, nadat ze in cement ingekapseld en verpakt zijn. Op deze wijze kunnen er geen asbestvezels vrijkomen.

Categorie 2-stortplaatsen

Op deze stortplaatsen worden niet-gevaarlijke afvalstoffen gestort.

Op de huidige categorie 2-stortplaatsen worden in hoofdzaak anorganische afvalstoffen gestort.

Asbestcement kan gestort worden op een (hiervoor vergunde) categorie 2 stortplaats.

Bij stortplaatsen waar biologisch afbreekbare afvalstoffen worden gestort komen er stortgassen vrij.
Deze gassen (hoofdzakelijk methaan: een zeer sterk broeikasgas) worden via een drainagesysteem opgevangen. De gassen worden dan bovengronds als energiebron gebruikt, zoals voor de productie van elektriciteit.
Indien dat niet (meer) mogelijk is (er is bijvoorbeeld te weinig gas) wordt het gas verbrand in een fakkel.

Categorie 3-stortplaatsen

Op categorie 3-stortplaatsen mag men enkel inerte afvalstoffen storten. Dit zijn afvalstoffen die weinig of geen vervuiling kunnen veroorzaken van de onderliggende bodem, het grondwater of de nabije omgeving.

In de praktijk gaat het over:

  • mengsels van beton, bakstenen, tegels en keramiek;

  • glasafval;

  • niet vervuilde grond met stenen

Milieuheffingen

Voor elke ton gestort afval moet er een milieuheffing aan de Vlaamse overheid worden betaald.

Een doelstelling van deze heffing is om het storten van bepaalde afvalstromen te ontmoedigen en zo recyclage en hergebruik te stimuleren.
De milieuheffing varieert in functie van de aard van de afvalstoffen.

Voor sommige afvalstromen zoals asbestcementafval of voor residu's van het reinigen van vervuilde gronden is er geen andere oplossing dan storten. Voor dergelijke afvalstoffen is er een nultarief of is de milieuheffing laag.

De link naar de webpagina milieuheffingen vindt u rechts op deze pagina.