Waterbodems: professionals

TECHNISCH

Onderzoek

Sanering

JURIDISCH EN BELEIDSMATIG

PROJECTEN

Pilootprojecten

Verontreinigde waterlopen

KENNISDELING IN EUROPA

TECHNISCH 

Onderzoek

Wat is een waterbodemonderzoek?
Een waterbodemonderzoek is te vergelijken met een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek van een waterloop of wateroppervlakte. Een waterbodemonderzoek gaat na of er een ernstige bodemverontreiniging bestaat ten gevolge van de waterbodem.

O
m het volledige onderzoek uit te voeren, volgt u best de standaardprocedure voor waterbodemonderzoek.  Zo’n onderzoek gebeurt meestal naar aanleiding van een vaststelling of vermoeden van een verontreinigde waterbodem. 

  • Het beoogt een beschrijving te geven van de aard, hoeveelheid, concentratie, oorsprong en omvang van de verontreinigende stoffen of organismen en de potentiële verspreiding.
  • Daarnaast evalueert een waterbodemonderzoek de risico's die de waterbodemverontreiniging kan stellen voor zowel mens, als plant en dier en het grond- en oppervlaktewater.

Richtlijnen voor waterbodemonderzoek
De OVAM ontwikkelde, samen met een studiebureau en de coördinatiecommisie Integraal Waterbeleid werkgroep Bagger-en Ruimingsspecie, een ontwerp-standaardprocedure voor waterbodemonderzoek. Deze bevat volgende elementen:

  • Het historisch onderzoek met alle relevante gegevens zoals:

    • De waterloopkarakteristieken
    • (Voormalige) lozingspunten of puntbronnen
    • Reeds bekende verontreinigingssituatie
    • Menselijke ingrepen
    • Aanwezigheid van industrie.
  • De staalnamestrategie die de verontreinigingin en rond de waterloop zo accuraat mogelijk in kaart brengt. Niet alleen worden stalen genomen van de waterbodem, maar ook van het onderliggende vaste deel van de aarde, de oevers, overstromingsgebieden en eventueel van het grondwater.
     
  • De impact van de verontreiniging wordt nagegaan door het evalueren van de humaantoxicologische, ecologische of verspreidingsrisico’s en of de vastgestelde verontreiniging een ernstige bodemverontreiniging vormt.
     
  • Wanneer er risico’s zijn, volgt een uitspraak over de saneringsnoodzaak. Hierbij kan ook een saneringsadvies gegeven worden.

De code van goede praktijk

Op dit moment werkt de OVAM, samen met bodemsaneringsdeskundigen, onderzoeksinstellingen en andere experten aan een code van goede praktijk voor onderzoek van waterbodems en oevers. Ook worden richtlijnen voor onderzoek van waterbodems in het kader van het oriënterend bodemonderzoek uitgewerkt.
Een eerste versie van deze documenten is beschikbaar rechts op deze pagina onder 'Ook interessant voor u'. Opmerkingen op deze voorlopige versie kunt u ons overmaken via waterbodem@ovam.be.

Hoe waterbodemstalen nemen en analyseren ?
De betrouwbaarheid van de analyseresultaten ten opzichte van een staalnamepunt in een waterloop wordt bepaald door de representatieve monstername. Dat vereist in de eerste plaats een gestandaardiseerde en kwaliteitsvolle uitvoering van de staalname. Dit is vastgelegd in het ‘Compendium voor Monsterneming en Analyse’, verder het CMA genoemd.
Sinds 1 april 2019 bestaat er voor waterbodem een analysepakket B.5. Raadpleeg het CMA.
Nuttige links:

https://emis.vito.be/nl/referentielabo-ovam

Wat is een Hotspot?
Een hotspot is een puntbron; een locatie waar risico-activiteiten geleid hebben tot waterbodemverontreiniging en waarbij verder onderzoek nodig is. In tegenstelling tot diffuse verontreinigingsbronnen, zijn deze puntbronnen ruimtelijk aan te duiden. 

puntbronIn 2017 is de OVAM gestart met het in kaart brengen van hotspots voor waterbodemverontreiniging in de vijf Vlaamse provincies. Doelstelling is om dat te finaliseren tegen 2020.

Samen met een voorstel-lijst van risico-inrichtingen met hoge kans op waterbodemverontreiniging werd ook een prioriteringsmethodiek opgesteld. Het is de bedoeling om na te gaan:

  • of deze lijst en de prioritering volgens categorie voldoende gefundeerd zijn.
  • hoeveel stalen minimaal nodig zijn om een representatief beeld te krijgen van de verontreinigde waterbodem.

​​​​Per provincie worden een aantal potentiële hotspots geselecteerd. Voor elke hotspot wordt een voorstudie uitgevoerd met:

  • Een historisch onderzoek
  • Een evaluatie van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en –saneringen
  • Een inventarisatie van de vroegere en huidige lozingspunten en een gesprek met de waterloopbeheerder om een duidelijk beeld te krijgen van de historiek van de hotspot

Op basis van deze informatie wordt een plan van aanpak opgemaakt en wordt uiteindelijk een gerichte staalname van de waterbodem ter hoogte van deze potentiële hotspot uitgevoerd. Doelstelling daarvan is de kwaliteit van de waterbodem in kaart te brengen.

Rekening houdende met de resultaten verzameld in 2017 worden vanaf 2018 andere potentiële hotspots geselecteerd. Op basis van deze uitgebreide steekproef kan de lijst met risico-activiteiten voor waterbodem gevalideerd worden en de staalnamemethodiek geëvalueerd en bijgestuurd.

Emerging contaminants en prioritaire stoffen
‘Emerging contaminants’ of ‘contaminants of emerging concern’ zijn stoffen die voorkomen in het milieu (bv. bodem, grondwater, waterbodem) maar nog niet standaard gemeten worden. De kennis over deze stoffen is vaak onvolledig. Ze zijn in de meeste gevallen toxisch, moeilijk of niet afbreekbaar en vaak mobiel. In de bodem, het grondwater of de waterbodem kunnen ze een risico voor de gezondheid of voor de omgeving vormen, zeker op lange termijn.


Door het gebrek aan wetenschappelijke kennis, data en een beleidskader zorgen deze parameters voor veel onzekerheid, bijvoorbeeld op het vlak van volksgezondheid, aansprakelijkheid en financiële gevolgen. Als ieder land deze complexe problematiek alleen moet aanpakken, vraagt dat veel tijd en middelen. Internationale samenwerking biedt dus uitstekende kansen.

De OVAM wil deze internationale samenwerking vanuit de basis op gang te trekken. Als eerste stap organiseerden we op 19 en 20 november 2018 een internationale workshop die gericht was op netwerking, kennisuitwisseling en het delen van ervaringen en behoeften tussen beleidsmakers, onderzoekers en bedrijven.


Het eerste deel van de workshop maakt een stand van zaken op met een uitwisseling van wetenschappelijke en technische kennis over ‘contaminants of emerging concern’. In een tweede deel gaan we in discussie met collega-beleidsmakers en andere actoren. Welke acties moeten we ondernemen op basis van de beschikbare kennis? Kunnen we hier samenwerken?

SANERING

Wanneer wordt een waterbodemonderzoek uitgevoerd? Wat is de een triggerwaarde?
Er zijn bodemsaneringsnormen voor het vaste deel van de aarde en voor het grondwater, maar nog niet voor waterbodem. Vandaar dat de OVAM samenwerkt met de Universiteit van Antwerpen, de VMM en internationale experten om 'triggerwaarden’ uit te werken. Deze ‘triggerwaarden’ kunnen gehanteerd worden als toetsingswaarden om over te gaan tot een waterbodemonderzoek of een beschrijvend bodemonderzoek voor een waterloop. Ze worden vastgelegd op basis een combinatie van wetenschappelijke/toxicologische motivatie als het principe van de urban baseline. Beneden de ‘urban baseline’ waarde is herverontreiniging mogelijk omdat er nog steeds punt- en diffuse bronnen zijn die verontreinigende stoffen in een waterlichaam brengen. 

Wanneer wordt er gesaneerd?
Voor de beoordeling van de risico's bij waterbodemverontreiniging wordt geëvalueerd of die verontreiniging een humaan, ecotoxicologisch of verspreidingsrisico vormt. 
Wanneer de aanwezige waterbodemverontreiniging aanleiding geeft tot onaanvaardbare risico’s voor mens, milieu of natuur, wordt een sanering uitgevoerd.

Een duidelijk kader voor de beoordeling van deze risico's en wanneer een sanering nodig is,  wordt nog uitgewerkt. Onderstaand schema stelt het conceptueel model voor een waterloop voor.
 
 
Figuur waterbodem Goedele 22 okt 2018

Samen met bodemsaneringsdeskundigen, onderzoeksinstellingen en andere experten uit binnen- en buitenland ontwerpt de OVAM een risicosystematiek voor de beoordeling van de risico's bij waterbodemverontreiniging. De eerste resultaten hiervan worden voorzien in de loop van 2020.

Hoe wordt er gesaneerd?
Er zijn verschillende saneringstechnieken mogelijk voor de aanpak van waterbodems. Een consortium van bodemsaneringsdeskundigen, aannemers en onderzoeksinstellingen bundelt informatie over saneringstechnieken voor waterbodems. Aan deze studie wordt de opmaak van een beslissingsondersteunend systeem (BOSS) gekoppeld, waarvan een eerste versie in de loop van 2020 wordt gepubliceerd.

JURIDISCH EN BELEIDSMATIG

‘Waterbodem’ en 'waterbodemonderzoek' gedefinieerd
Het Bodemdecreet bevat een specifieke regeling voor het onderzoek en de sanering van waterbodems (art. 124-135 Bodemdecreet). Het Bodemdecreet omschrijft het begrip 'waterbodem' door verwijzing naar het Decreet betreffende het Integraal Waterbeleid dat het begrip 'waterbodem' definieert als: ‘de bodem van een oppervlaktewaterlichaam die altijd of een groot gedeelte van het jaar onder water staat’.

Een ‘oppervlaktewaterlichaam’ wordt verder gedefinieerd als ‘een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een wachtbekken, een spaarbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater’.

Toelichting bij hoofdstuk 12 ‘Waterbodems’ van het Bodemdecreet

De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat een goede toestand van oppervlaktewater en grondwater moet worden bereikt. De sanering van de waterbodem vormt daarin een onmisbare schakel. De verontreinigde waterbodem belet immers het verbeteren van de waterkwaliteit en het ecologisch herstel van de waterloop.

De sanering van verontreinigde waterbodems valt binnen het toepassingsgebied van de bodemsaneringsregeling, maar gelet op de specifieke milieukenmerken van waterbodems is het toepassen van de bestaande decretale procedures niet evident. De sanering van waterbodems vereist een eigen aanpak.

Het Bodemdecreet bevat bepalingen over:

  • het onderzoek van waterbodems (waterbodemonderzoek);

  • de beoordeling van de saneringsnoodzaak;

  • de sanering van verontreiniging ter hoogte van waterbodem;

  • de aanduiding van de saneringsplichtige persoon;

  • de noodzaak om de sanering van een waterbodem integraal (op niveau van bekkens en deelbekkens) aan te pakken.

Dat alles gebeurt in afstemming met het Decreet Integraal Waterbeleid. Niet alleen de verontreiniging van de bodem van waterlopen, maar ook die van vijvers, kan worden geregeld via de bepalingen uit het Bodemdecreet.

Welke onderzoeken en saneringen zijn prioritair?
In de regeling over waterbodems wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe en historische bodemverontreiniging. Bij waterbodems moet worden gesaneerd als er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Het saneringsdoel is risicogebaseerde sanering.

Vermits het niet mogelijk is alle waterlopen direct te saneren, worden prioriteiten bepaald en de meest urgente waterbodems eerst aangepakt.

De bodemsanering ter hoogte van de waterbodem heeft niet alleen betrekking op de waterbodem zelf maar ook op alle gronden die verontreinigd zijn door de verspreiding van de verontreiniging vanuit waterbodem of oppervlaktewater.

Wanneer is saneren verplicht?
Er zijn verschillende wijzen waarop waterbodemverontreiniging aan het licht kan komen.

Wanneer de waterbodem is onderzocht is in een waterbodemonderzoek volgens hoofdstuk 12 van het Bodemdecreet, dan ontstaat de saneringsplicht pas nadat de Vlaamse Regering de waterloop heeft aangewezen als prioritair te saneren. De bepalingen in verband met de vrijstelling van saneringsplicht bij historische bodemverontreiniging zijn hier eveneens van toepassing. De saneringsplichtige kan de kosten verhalen op de aansprakelijke voor de bodemverontreiniging overeenkomstig de klassieke aansprakelijkheidsregels.

Wanneer waterbodemverontreiniging in kaart wordt gebracht naar aanleiding van een verontreiniging die vanuit een ‘landbodem’ is ontstaan, dan wordt de saneringsplicht vastgelegd volgens hoofdstuk 3 van het Bodemdecreet. Dit gebeurt wanneer in het kader van bodemonderzoeken ook waterbodemverontreiniging wordt vastgesteld bijvoorbeeld ten gevolge van lozingen. Deze verontreinigingen worden onderzocht in bodemonderzoeken gerelateerd aan de exploitatie die de waterbodemverontreiniging heeft veroorzaakt of naar aanleiding van andere vaststellingen.

Zo kan bijvoorbeeld in kader van een periodiek oriënterend bodemonderzoek door een exploitant op een grond met een onderzoeksplichtige risico-inrichting gelegen langs een waterloop tot uiting komen dat de waterbodem verontreinigd is ingevolge de activiteiten van het bedrijf. De grond waar de emissie is gebeurd die aanleiding heeft gegeven tot verontreiniging van de waterbodem, is de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is in de zin van artikel 2, 11° van het Bodemdecreet. De verontreinigde waterbodem is in dat geval de grond waar de verontreinigende stoffen zich hebben verspreid. Overeenkomstig de algemene onderzoeks- en plichtregeling van het Bodemdecreet is de exploitant van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is de saneringsplichtige persoon en kan hij in het kader van het beschrijvend bodemonderzoek voor de afperking van de verontreiniging verplicht worden ook de verontreiniging van de waterbodem ingevolge de emissie vanuit zijn bronperceel in kaart te brengen. Als uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt dat het saneringscriterium overschreden is, zal in het kader van de bodemsanering van de verontreinigde gronden op grond van de algemene saneringsplichtregeling (artikel 9-11 of artikel 19-22 Bodemdecreet) ook de aan het bronperceel toe te schrijven verontreiniging van de waterbodem aangepakt moeten worden door de saneringsplichtige exploitant. Het feit dat in het Bodemdecreet een specifieke regeling is opgenomen over waterbodem doet hier geen afbreuk aan.

Wat zijn stroomgebiedbeheerplannen?
De OVAM krijgt middelen vanuit het budget voorzien voor de stroomgebiedsbeheersplannen

PROJECTEN

Pilootprojecten

In samenwerking met de VMM en alle waterloopbeheerders binnen de coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) heeft de OVAM in 2009 een lijst van vijftien prioritair te onderzoeken waterlopen (bronbeken) opgesteld.
 
Uit deze lijst en andere verontreinigde waterlopen werden een aantal pilootprojecten geselecteerd voor waterbodemonderzoek. De pilootwaterbodemonderzoeken hebben als doel om praktijkervaring op te doen die kan worden samengebracht in een standaardprocedure voor waterbodemonderzoek.
 
Uiteraard wordt tegelijkertijd de verontreinigingssituatie (deels) in kaart gebracht en wordt de ernst van de verontreiniging beoordeeld.
 
Voorbeelden van deze pilootprojecten:

Zijdelings Vaartje West

Eeklo's Leiken

Molse Nete

Verontreinigde waterlopen

Grote Calie

Winterbeek

Grote Nete

Grote Laak

KENNISDELING IN EUROPA

SEDNET
SedNet is a European network aimed at incorporating sediment issues and knowledge into European strategies to support the achievement of a good environmental status and to develop new tools for sediment management.
Our focus is on all sediment quality and quantity issues on a river basin scale, ranging from freshwater to estuarine and marine sediments.
SedNet brings together experts from science, administration and industry. It interacts with the various networks in Europe that operate at a national or international level or that focus on specific fields (such as science, policy making, sediment management, industry, education).

Link : https://sednet.org/