Datakwaliteit gemeentelijke inventaris

We sporen bodemverontreining op door de risicogronden tijdig te onderzoeken. De gemeenten duiden de risicogronden op hun grondgebied aan op basis van de beschikbare (administratieve) informatie. Heeft u nieuwe of andere gegevens over de uitgevoerde (bedrijfs)activiteiten op een grond? Neem dan contact op met de gemeente. Zo zorgen we samen voor betrouwbare gegevens en een goede bodemkwaliteit.

Wanneer wordt een perceel opgenomen in de gemeentelijke inventaris?

Om de bodem beter te beschermen, moeten we weten hoe het ermee gesteld is en moet er voldoende informatie beschikbaar zijn. De gegevens over risicogronden die door de gemeenten zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris zijn hiervoor een eerste informatiebron. Deze informatie staat ook op het bodemattest vermeld. De aanduiding als risicogrond heeft een grote impact op alle betrokkenen: het geeft aan dat er activiteiten aanwezig (geweest) zijn met een mogelijke impact op de bodemkwaliteit.

Vaak beschikt de gemeente bij de opmaak van de inventaris enkel over gegevens uit milieuvergunningen of oudere archiefgegevens. Het is voor de gemeente niet altijd eenvoudig te bepalen of er daadwerkelijk risico-activiteiten aanwezig waren. Het gebeurt ook dat vergunde activiteiten nooit hebben plaatsgevonden. De vergunde activiteiten zijn vaak ook niet altijd van toepassing op alle vergunde percelen. Wijzigingen van de perceelsgrens verminderen vaak de kwaliteit van de administratieve gegevens.

Het zijn de werkelijk uitgevoerde activiteiten die bepalen of een perceel een risicogrond is of niet.

Op een risicogrond is steeds een oriënterend bodemonderzoek nodig. Zo kunnen ernstig verontreinigde gronden tijdig worden aangepakt. Of bevestigt het onderzoek dat de bodemkwaliteit van uw grond in orde is en zijn er geen verdere maatregelen noodzakelijk.

folder inventaris risicogronden

Wat als een perceel 'onterecht' werd geïnventariseerd?

Als de eigenaar of exploitant van mening is dat een kadastraal perceel onterecht is opgenomen als risicogrond, kan hij de nodige bewijsstukken bezorgen aan de gemeente om het tegendeel aan te tonen. Als dit duidelijk geen risicogrond is, verwijdert de gemeente het perceel uit de gemeentelijke inventaris.

Indien de gemeente op basis van de beschikbare informatie geen uitspraak kan doen of het al dan niet om een risicoperceel gaat, kan een gemotiveerde verklaring mogelijk uitsluitsel geven. In de gemotiveerde verklaring moet de werkelijke situatie op het terrein worden uitgeklaard. Deze gemotiveerde verklaring moet worden opgesteld door een erkend bodemsaneringsdeskundigeMeer details over deze procedure en meer vaktechnische informatie vindt u terug in de Code van Goede Praktijk voor de gemotiveerde verklaring.

Indien er onduidelijkheden of onzekerheden blijven over het al dan niet aanwezig (geweest) zijn van risico-activiteiten blijft de uitspraak als risicogrond gelden en is een oriënterend bodemonderzoek vereist. Particuliere eigenaars kunnen vrijgesteld worden van de onderzoeksverplichtingen indien zij aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Bij actieve inrichtingen wordt geadviseerd om de vergunning te laten aanpassen aan de werkelijke situatie. Zo vermijden we dat foutieve informatie opnieuw wordt uitgewisseld.

De gemeentelijke inventaris op het bodemattest

De gemeenten hebben de voorbije jaren de risicogronden geïnventariseerd. Via de uitwisseling van deze gemeentelijke inventaris heeft de OVAM sinds 2018 een vrij volledig zicht op waar precies in Vlaanderen de bodem mogelijk verontreingd is. Deze informatie vormt, samen met de gestructureerde informatie over de bodemkwaliteit, de basis voor het afleveren van correcte bodemattesten. Op deze manier worden kandidaat-kopers goed geïnformeerd over eventuele risico's.

Indien er voor de grond geen informatie beschikbaar is in het grondeninformatieregister, levert de OVAM een blanco bodemattest af.